Liesklachten

Schaatssprinters hebben er allemaal op z’n tijd wel last van: een verrekte lies. Ook een marathonschaatser ontkomt er ’op natuurijs’ lang niet altijd aan. Je rijdt in een scheur, je raakt daardoor in onbalans en corrigeert vervolgens door je been net te plots en te krachtig terug te trekken.

INLEIDEND KADER:
Wij zijn gemaakt om te schaatsen…
In de serie ‘Wij zijn gemaakt om te schaatsen…’ behandelt Bob Stoker iedere keer een ander onderwerp als het gaat om schaatsen en je lichaam. Hij heeft tips en adviezen die van nut zijn voor elke schaatser, van recreant tot topper.
Bob Stoker is als sportmanueel therapeut verbonden aan de AFP TopsportQliniek. In de schaatswereld is hij werkzaam voor het marathonteam Okay Fashion & Jeans en het IKO Schaatsteam.
Liesklachten herstellen langzaam, vier weken is heel normaal. Dat is goed om te weten, dat voorkomt teleurstellingen tijdens de revalidatie. Het betreft in een derde van de verrekkingen een acuut letsel die je voelt als een plotse scheut tijdens de loop- kracht- of schaatssessie. De andere liesblessures zijn opgebouwd in de tijd. Steeds is de last een beetje erger geworden. In deze aflevering delen wij de liesblessures op in vier groepen. Ook geven we tips om liesklachten zoveel mogelijk te voorkomen en oefeningen om lenig en sterk te worden.

Wat is liesblessure?


Een liesblessure herken je aan pijn aan de binnenzijde van je been. Vaak is er ook krachtsverlies van de spieren en verlies van controle op de bewegingen van je heup en de romp. Je merkt het bij het optillen en of het aanvoeren (knieën naar elkaar toe bewegen) van je been. Vaak ook bij bewegingen van de romp waarbij de rechte en schuine buikspieren meedoen. Aanhechtingen van deze spieren komen samen bij het schaambeen.
Het schaambeen is een druk kruispunt van twee botten, veel spierkrachten, peesaanhechtingen en andere weke delen. Zo maken buik- en beenspieren samen de verbinding van het schaambeen sterker. Maar maakt het ook verklaarbaar dat liesblessures uitstralen naar been en buik.
Liesblessures liggen in de zogenaamde liesregio; dat is het gebied aan de voorkant en binnenkant van het bovenbeen en naast de schaamstreek doet ook de onderbuik mee. In de onderbuik zitten verschillende buikspieren en je ’lieskanaal’ (zie foto). Zo kom je tot een indeling in vier groepen liesblessures op basis van de ontstaansplek. Voor het stellen van de diagnose en het maken van een behandelplan is deze moderne indeling van vier groepen reuze praktisch.

Ontstaan


Een traumatische of acute liesblessure ontstaat tijdens een felle krachtsinspanning. De spieren en pezen die de blessure oplopen zijn op dat moment ’verlengd’ geweest. Voor de spieren en pezen is de verlenging, het uitgerekt zijn, niet onnatuurlijk. Echter tijdens de spieractie van dat moment, moet de eerst uitgerekte spier direct aansluitend verkorten. Dat kan een spier/pees te veel worden, waardoor een verrekking of scheurtje ontstaat.
Tweederde van de liesblessures zijn door een langzame vorm van lichte overbelasting ontstaan. Deze lichte overbelasting wordt in de eerste periode niet gevoeld en of herkend.

Voorkomen


Een schaatser die mét een raceplan en vol met adrenaline aan de start staat en vervolgens met meer dan honderd procent sportkracht in het startschot valt, heeft kans op een liesblessure. Dit door de sportspecifieke houding en de explosieve beenbewegingen die volgen. Elke vorm van mentale of fysieke disbalans vergroot het risico op deze blessure. Mentaal gezien: de druk van het moment of de valse start die net gemaakt is. Fysiek gezien: de rugblessure die al wat langer bestond of het wegschietende ijzer tijdens de afzet.
Zorgen dat je mentaal en fysiek goed bent is de beste preventie die er is. Voel je sterk door fysiek goed te zijn. Train de aanvoerders (adductoren) van je been net zo goed als de afvoerders (abductoren) van je been. Wanneer de krachtwaarde van de aanvoerders onder de tachtig procent van de krachtwaarde van de afvoerders komt te liggen, kom je in de gevarenzone. De spieren die een liesblessure kunnen hebben zitten ’vast’ aan je rug en je bekken. Zorgen voor een goede beweeglijkheid van de gewrichten in rug en bekken en heup; laat heupspieren en buikspieren soepeler bewegen. En omgekeerd geldt ook: lenige spieren staan het bewegen van de gewrichten niet in de weg. Oefen op stabiliteit van de heup en coördinatie van je bekken (corestability) en ook op reactietijd van je totale systeem.

Therapie


Meestal is de liesblessure een ’combinatieblessure’ van spier én pees en één of meerdere spieren of gewrichten. De sportfysiotherapeut, manueeltherapeut en sportarts zullen oog hebben voor de sportspecifieke bewegingen van het schaatsen. De pijn van een lichte acute liesblessure kan effectief behandeld worden direct, ofwel binnen enkele uren, na het ontstaan. De oorzaken van de liesblessure en het eigenlijke herstel hebben langere hersteltijd nodig. Moderne hulpmiddelen als echografie, injectie therapie (sportarts) of Dry Needling helpen daarbij. Wanneer genoemde therapieën geen effect hebben, is het verstandig om ook aan andere diagnoses denken als sportershernia, heupinklemming of liesbreuk.
In de volgende editie: ‘spierrekken’ binnen de schaatssport

Artikel geplaatst op: 17 februari 2018 - 00:00

Gerelateerd

Delen