Frank Fiers maakt de balans op

Bondscoach ziet hoe komst RTC’s inlinesport naar hoger niveau brengt
Frank Fiers is begonnen aan zijn derde seizoen als bondscoach van de Nederlandse inlineskaters. Misschien is dat voor Fiers meteen ook het voornaamste jaar in zijn loopbaan, met het WK in eigen land als een onmiskenbare mijlpaal. Een mooi moment om terug te kijken en vooruit te blikken met de aimabele Belg.

Bondscoach Frank Fiers: ,,De bundeling van talent in een specifiek op inlinen gericht programma werkt heel goed.''

door Eric Korver

Frank Fiers (46) kende een rijke carrière als inlineskater. In België was hij jarenlang onbetwist de beste, en internationaal betekende de Europese titel die hij in 1994 in Pamplona won de kroon op zijn werk. Nadien timmerde Fiers nog aan de weg als schaatser en reed hij enkele jaren rond in het marathonpeloton, waar hij als coach ook Team Brabant onder zijn hoede had. Fiers keerde echter terug naar zijn oude liefde, het inlineskaten. In de eerste maanden van 2016 volgde hij Desly Hill op als bondscoach.
Als je terugkijkt, ben je dan tevreden?
,,Eigenlijk wel. Bij rijders zie ik progressie en dat is belangrijk. Als je naar resultaten kijkt, zijn die wellicht niet helemaal maatgevend. De laatste twee jaar vond het WK laat in het jaar plaats in China. Dan zijn er veel afzeggingen en kun je niet op volle kracht aantreden. Het spreekt voor zich dat het verschil maakt of je de broers Mulder wel of niet in de selectie hebt.’’
Baal je daarvan?
,,Balen is het verkeerde woord. Als bondscoach wil je het liefst over iedereen beschikken, maar ik begrijp het perfect. In mijn twee jaar als bondscoach van België ben ik geen enkele keer met Bart Swings naar het WK geweest. Die situatie is er dus niet alleen in Nederland. Wereldwijd focussen inliners op schaatsen en laten daarom het WK lopn. Alexis Contin in Frankrijk idem dito, en er zijn genoeg namen te noemen. Dat is nu eenmaal de situatie en daar moet ik respect voor hebben.’’
Los daarvan zit er een stijgende lijn in de ontwikkeling.
,,Sowieso op de baan in Nederland. Je proeft dat dat leeft waar dat vijftien jaar geleden de marathon was. Maar je blijft natuurlijk altijd afhankelijk van talent en in dat opzicht komt er nu bij de junioren een fantastische lichting aan. Jordy van Workum, Merijn Scheperkamp, Janno Botman en Teun de Wit bij de jongens, en bij de meisjes Anna van den Bos, Bente Kerkhof en Marijke Groenewoud. Daar kunnen we veel plezier aan beleven.’’
Allemaal rijders die ook schaatsen.
,,Klopt, maar net als bij de Mulders proef je dat die mensen ook heel graag inlinen, terwijl vijftien jaar geleden misschien maar de helft ook aan inlinen zou hebben gedaan. Dat multidisciplinaire, die kruisbestuiving ervaar ik juist als heel positief. De KNSB zet ook in op multidisciplinaire ontwikkeling. Inlinen is niet olympisch, maar internationaal wel een sport op hoog niveau. En ook weer belangrijk voor ontwikkeling in het schaatsen.’’
Zie je parallellen met de situatie in België?
,,Door de komst van de Nederlandse RTC’s (Regionale TrainingsCentra, red.) nu wel. In België heb je drie heel grote clubs. Aan de kust Zandvoorde van Sandrien Tas, Leuven is de club van Bart Swings, en bij Mechelen heb je de derde club. Beetje verdeeld over het land ook. In Nederland had je lange tijd alleen Radboud en waren de andere clubs meestal ijsclubs. Maar met de komst van de RTC’s is er in Nederland een heel specifiek inlineprogramma gekomen, waarbij die punten intensief samenwerken. Samen trainen, samen op trainingskampen, samen naar wedstrijden als Geisingen. Die bundeling van talent in een specifiek op inlinen gericht programma werkt heel goed, zoals dat in België het geval was met die drie grote clubs.’’
Heb je daar zelf de hand in gehad?
,,Dat is meer ontstaan in samenwerking tussen Arjan Smit, de discplinemanager van de KNSB, en de trainers Mark Horsten, Valentina Berga-Belloni en Manon Kamminga. We hebben bijna wekelijks contact. Met dit project proberen we echt de inliners in Nederland zo goed mogelijk te begeleiden. En het werkt.’’
Zijn er meer veranderingen?
,,Jazeker. Kijk naar de baanwedstrijden, waar we nu meerdere finales rijden. Dat is besloten na feedback van de rijders. Als die kwamen voor een 1000 meter en er in de series al uit gingen, waren ze meteen klaar. Nu rijden ze zeker nog een tweede wedstrijd. Goed voor de sporter en dus goed voor de sport. Wil ik overigens we bij vermelden dat wij daarvoor de jury heel dankbaar zijn. Wij kunnen we iets bedenken, maar zij moeten het uitvoeren. Betekent voor hen meer werk, langer op de baan. Een flinke klus. Wij zijn er enorm blij mee dat het zo kan.’’
Je merkte net al op dat de baan in een stijgende lijn zit. De marathon niet.
,,Nee, dat is zo. Vroeger had je in Nederland een enorme marathoncultuur, met mannen als Erik Hulzebosch en de broers Ruitenberg. Op de baan zag je altijd maar heel weinig deelnemers. Dat is verschoven. De baan is nu vrij populair. Echte marathonjongens komen niet naar de baan, maar ook niet meer naar de marathon. Die gaan op trainingskamp, fietsen in de bergen. Als zij dat beter achter en zich beter voelen bij een voorbereiding op de fiets, kan ik ze niet dwingen te inlinen.’’
Baart dat je zorgen?
,,Het is in ieder geval jammer. Ik houd van de marathonsport, heb ze zelf ook altijd gereden. Marathons brengen de sport ook dichtbij de mensen, zeker als je die wedstrijden gewoon in het centrum van een stad of dorp kunt rijden. Helaas wordt ook dat steeds moeilijker. Zie je ook in België bij de wielerkoersen. Heeft allemaal te maken met verkeersveiligheid en zo. Daarnaast zorgen minder rijders voor organisaties die afhaken waardoor er nog minder wedstrijden zijn. De mensen die wel willen, haken dan misschien ook af.’’
Moet de KNSB zich inspannen om de marathon te helpen?
,,Dat durf ik niet zo te zeggen.’’
Zou dat wel een taak voor de bond zijn?
,,Goeie vraag. Misschien ligt dat meer in een samenspel. Ik vind ook dat rijders een positief signaal moeten afgeven. Zie je ook in de wielersport. De UCI doet dat als je een koers wilt organiseren. De UCI stelt gewoon vast in weke categorie zo’n koers zit, en koppelt daar meteen de bijbehorende ploegen en rijders aan. Dat engagement van de ploegen is belangrijk. Als een organisator weet dat hij de grote namen aan de start krijgt, kan hij daarmee naar sponsoren en wordt het weer interessant. Maar nu heb je die garantie niet. Het is een beetje het verhaal van de kip en het ei. Dit vraagt een investering van beide kanten. Maar ik geloof ook in een golfbeweging, in een bepaalde dynamiek die weer ontstaat.’’
Het WK in eigen land kan een mooie boost geven.
,,Dat zie ik en dat proef ik al. Iedereen is er al mee bezig. Zeker ook de rijders. Daar ben ik superblij mee. Hier, kijk. Praat over het WK en ik krijg er al dik kippenvel van. Iedereen wil erbij zijn. Ook de mensen die voorheen andere keuzes maakten, gingen nu vanuit het schaatsseizoen meteen door met inlinen.’’
En voor het grote publiek?
,,Ik denk dat het gaat leven, dat er veel publiek zal zijn, veel sfeer en ambiance. Ik hoop dat de NOS daar ook in mee gaat. Het is moeilijk de situatie van het schaatsen te benaderen, waar iedereen precies weet hoe Sven en Ireen ervoor staan in de aanloop naar een WK. Dan moet je al wekelijks de topwedstrijden laten zien, en dat hebben we hier natuurlijk niet. Maar het gaat niet zomaar voorbij, daar ben ik zeker van.’’
Voor een bondscoach is een groot toernooi in eigen land ook een luxe.
,,Dit is zo mooi. Weet je, Rosario in Argentinië, twee keer naar China, dat waren hele avonturen. Drie weken voor het toernooi ging je daar al heen, waardoor je vanwege het budget ook met een kleine ploeg ging. Nu is het veel relaxter. Een goede selectie, niet veel reizen. Logistiek ligt alles ligt allang vast. Er zijn alleen maar pluspunten.’’
Je contract loopt na dit seizoen af.
,,Klopt, en dan gaan we van beide kanten kijken hoe we verder gaan. Maar eigenlijk stond ik er altijd al zo in dat we elk jaar evalueren, ook al liep het door. Als de KNSB na een jaar gezegd zou hebben dat we niet doorgaan, zou het gek zijn als ik als bondscoach zeg dat ik blijf. Daarin zijn Arjan Smit, Arie Koops en ik altijd heel duidelijk geweest.’’
Maar het werk geeft je nog steeds plezier?
,,Het is niet zo dat deze job alle dagen feest is. Je krijgt te maken met complexe zaken waarbij je het heel moeilijk voor iedereen goed kunt doen. Mensen zien me alleen maar staan met een klokje langs baan en vergeten het werk achter de schermen. Maar ja, ik vind dit wel een fantastische baan.’’

Artikel geplaatst op: 11 juni 2018 - 16:28

Gerelateerd

Delen