Manon Kamminga blij dat ze zes jaar na dato nog meedoet
Nog altijd kippenvel van wereldtitel

Manon Kamminga maakte veel mooie momenten mee in haar toch al lange loopbaan als schaatsster en inlineskater. Maar de wereldtitel die ze zes jaar geleden veroverde, blijft bijzonder. En misschien wel net zo bijzonder is dat Kamminga er nu gewoon weer bij is. Ouder, wijzer en gelouterd.

Manon Kamminga vol ongeloof nadat ze Europees kampioen is geworden.


Manon Kamminga is pas 26 jaar, maar loopt voor het gevoel al een eeuwigheid mee. De Friezin was net een twintiger toen ze het mooiste succes uit haar loopbaan behaalde. In het Italiaanse San Benedetto del Tronto won ze samen met Elma de Vries en Irene Schouten het goud op weg in de 5000 meter aflossing. ‘Oranje’ kaapte dat weg voor de neus van het zeer gelouterde Italiaanse drietal met Erika Zanetti, Giulia Bongiorno en de toen ook nog piepjonge Francesca Lollobrigida.
,,Als ik de foto’s daarvan zie, krijg ik nog steeds kippenvel’’, verzucht Kamminga, die op Europees niveau veel meer titels en ander eremetaal veroverde. ,,Maar dit was een WK, dit was bijzonder. Het geet nog steeds een onwerkelijk gevoel, ook al dat het alweer zes jaar geleden is. Wedstrijden winnen blijft mooi, helemaal als ze belangrijk zijn. En wereldkampioen worden, dat is een vinkje op je lijst.’’

Moed in schoenen


Kamminga weet nog goed hoe eerder in dat WK de Nederlandse vrouwen de moed in de schoenen zonk. ,,We hadden een jaar eerder voor het eerst medailles gehaald en dachten daarna echt grote stappen te hebben gemaakt. Maar op de piste werden we er finaal afgereden. Dat was echt even slikken, omdat we dachten daar ook mee te kunnen. Het wegtoernooi ging daarna wel beter. Past misschien ook beter bij ons omdat we technisch beter rijden. De weg is misschien meer ons ding. Groot, ruim, meer als schaatsen. Het pakte in ieder geval goed uit. We hebben daar veel kunnen goedmaken, onder andere met die wereldtitel.’’
In de zes jaren die sindsdien verstreken zijn, is er best veel veranderd. Misschien niet qua niveau, wel als het gaat om de instelling, vindt Kamminga. ,,Kan ook niet anders’’, betoogt ze. ,,We hebben geen enkele professionele inlineskater meer over in Nederland. Toen wel, met een groep waarin iedereen er vol voor ging. Met de status van NOC NSF hoefden we in principe niet te werken, waren we alleen bezig met sport. Dan ben je topsporter. Dat is nu niet meer mogelijk. De rijders van nu moeten werken, naar school, of schaatsen om een inkomen te verdienen. In deze Nederlandse selectie zit geen enkele pure inlineskater meer.’’

Gemotiveerd


Dat hoeft, vervolgt ze, niet alleen negatief te zijn. ,,Wat je nu hebt, zijn mensen die heel gemotiveerd zijn. Ze houden van deze sport, anders deden ze het al niet meer. En ze hebben waarschijnlijk ook een groot relativerend vermogen. Dit is niet het einde van de wereld, en daardoor sta je met een ander soort spanning aan de start. Of misschien spreek ik dan meer voor mezelf. Ik sta in ieder geval aan de start met een andere spanning dan een Colombiaanse die dag in dag uit twee of drie keer per dag traint. Ik weet dat ik niet slecht ben, maar het moet allemaal wel even mijn kan op vallen. Je forceert minder, maar dat betekent niet dat het onmogelijk is.’’
Het wegvallen van de steun van NOC NSF heeft een rem gezet op bepaalde ontwikkelingen, denkt Kamminga. ,,In ieder geval op de breedte van de top, als ik het zo mag zeggen. Op de totale breedte van de sport zijn we nog stappen aan het maken, met de Vesmacobanen, de baan in Heerde. Maar de breedte van de top is wel kleiner geworden.’’

Liefhebber


Ze staat inmiddels anders in de sport, daarvan maakt Kamminga geen geheim. ,,Ik voel me eigenlijk al vrij jong een liefhebber, al voelt dat wel als een recreantenwoord. Ik houd van deze sport, vind het prachtig, maar anders dan voorheen. Toen trainde ik twee keer per dag en was skeeleren mijn leven. Dat is het gewoon niet meer. Ik ben het anders gaan beleven. Soms vind ik dat heel moeilijk omdat ik snel terugval in het perfectionisme dat ik altijd heb gehad. Dat is tien jaar lang mijn instelling geweest. Nu voel ik dat ik soms heel graag wil, maar toch gewoon ook moet werken. Dat gaat niet samen.’’
Op het WK komt Kamminga, die inmiddels ook als trainer aan de weg timmert, in ieder geval in actie op de marathon. ,,En misschien nog meer op de weg, maar dat zie ik wel. Ik vind het in ieder geval al geweldig een WK in eigen land mee te maken. Dat was voor mij de reden om hier nog te wíllen staan. Als dit toernooi ergens anders was geweest, weet ik niet of ik speciaal voor de marathon mee was gegaan. Maar dit, dit leeft inmiddels al twee jaar.’’

Artikel geplaatst op: 24 juni 2018 - 22:04

Gerelateerd

Delen