Gary Hekman, schaatser met wielerliefde

Indrukwekkend was Gary Hekman altijd al. Als tiener, bij het winnen van zijn eerste nationale titel op inline-skates. Groter en sterker al dan alle anderen. Op het ijs, waar hij iedereen zijn wil kan opleggen. En nu ook op de fiets. De wind in zijn trendy baard, de aarde die onder zijn wielen wegschiet als die machtige benen van ’m de pedalen geselen.

Gary Hekman: ,,Fietsen in de bergen is echt genieten. Als je dat daar niet kan, moet je meteen stoppen.''


Gary Hekman (29) heeft twee fietsen, beide van Specialized. Troetelkindje is zijn S-Works. ,,De toplijn van Specialized. Rijden de jongens in de profploegen ook op.’’ De andere is een mountainbike. ,,Gebruik ik niet heel vaak.’’ Hij kijkt naar buiten, waar een flinke laag sneeuw de grond van de Veluwe bedekt. ,,Alleen op dagen zoals deze. Dan rijdt het iets makkelijker in het bos, waar je net iets meer beschut bent. Is het net even warmer. Maar op die mountainbike heb ik geen vermogensmeters, wel op de racefiets. Daarmee kan ik gerichter en specifieker trainen.’’
Op die racefiets zit Hekman vaak. Vaker zelfs dan thuis op de bank. Zo’n zeventienduizend kilometer trapt hij jaarlijks weg. ,,Komt ook door de wedstrijden die ik tegenwoordig rijd. Op een zaterdag trap je dan makkelijk tweehonderd kilometer weg. Dan gaat het hard.’’
Je hebt de wielerkoersen helemaal ontdekt.
,,Ik ben daar drie, vier jaar geleden mee begonnen. Eerder had ik wel iets gedaan, maar nooit op niveau. Ik raakte aan de praat met iemand die zei dat ik ook bij hen kon komen fietsen. Keer geprobeerd en dat beviel meteen goed. Het is relatief hetzelfde spelletje als marathonschaatsen, alleen is de positionering, het handelen door het peloton wat moeilijker. Als je dat niet gewend bent, heb je daar eerst even tijd voor nodig. Was bij mij ook het geval, maar ik denk dat ik de laatste drie jaar wel aardig meedoe. Dan wordt het ook alleen maar leuker. En er zijn zóveel wedstrijden, ik kan echt uitkiezen. Heb ik geen zin om twee uur in de auto te zitten, pak ik een koersje op drie kwartier rijden.’’
Ze zagen je als schaatser die ook zo nodig moest fietsen.
,,Ja, aanvankelijk wel, maar da’s nu wel over. Ik rijd bij NWVG, de Noordelijke Wieler Vereniging Groningen. Daar zit zo ongeveer elke schaatser die met fietsen doet. Sven Kramer, Douwe de Vries, Kjeld Nuis, Frank Vreugdenhil, Jos de Vos, Rick Smit. Het is de ploeg van Bert van der Tuuk, die schaatspakken maakt en nu met FILA in het schaatsen zit. Hij kent de hele wereld, fietst zelf ook wel en is daarom die ploeg begonnen.’’

Waarom fietsen er zoveel schaatsers?
,,Omdat het een relatief goede en gemakkelijke conditietraining is. Een klassieker is gewoon een intensieve duurtraining. En de criteriums die ik rijd, dat is twee uur lang interval. Je rijdt van bocht naar bocht, hard inremmen, hard versnellen. Ik heb ontdekt dat dat gewoon een heel goede training is. Wil ik ook wel blijven doen.’’
Beter dan inline-skaten?
,,Ja, maar toch wil ik volgend jaar weer veel skeeleren omdat dan het WK in Nederland is. Betekent dat ik tot aan juli veel aan inline ga doen, dat daarna loslaat en weer vaak op de fiets ga zitten.’’
Bespeur je voordelen op het ijs?
,,Moeilijk te zeggen. Sinds ik het fietsen goed heb opgepakt, ben ik wel een stuk beter gaan schaatsen, heb ik meer overwinningen geboekt. Had ik eerder moeite mee.’’
Dan moet fietsen ook goed zijn voor toerschaatsers.
,,Zeker. Schaatsen is relatief een zwaar belastende sport voor je lichaam. Een uur schaatsen, daar word je heel moe van. Ga je een uur fietsen, dan heb je gewoon lekker gefietst. Trainingstechnisch is het allemaal net even makkelijker. Je trapt ook zo vier, vijf uurtjes weg. Op de schaats is dat heel lastig. Je zou prima vier uur op Flevonice kunnen schaatsen, maar dan ben je de volgende dag zo stram en stijf dat je een trainingsdag moet laten lopen. Als je vier uurtjes fietst ben je misschien een beetje stijf, maar kun je de volgende dag prima een intervaltraining oppakken. Dat geldt dus allemaal ook voor toerschaatsers.’’
En je haalt je data uit het fietsen.
,,Precies. Dat is vooral interessant voor onze trainer Jurre Trouw, die bij iedereen de gegevens kan bekijken. Hij ziet de progressie, ziet of je een slechte dag had, wat je gedaan hebt. Ik vind het geweldig dat dat binnen onze ploeg heel gestructureerd is.’’
Fietsen in de bergen? Trainingskampen? Dat doe je graag.
,,Sommige mensen gaan speciaal op vakantie om daar te kunnen fietsen. Ik besef best dat wij in dat opzicht bevoorrecht zijn. Die trainingskampen zijn altijd genieten. In de zomer gaan we altijd naar dezelfde plek rond de Mont Ventoux, met schitterende colletjes. Klimmetjes van twintig minuten, een half uurtje en een paar uitschieters van anderhalf uur. Natuurlijk is dat genieten. Als je dat daar niet kan, moet je meteen stoppen. Dan is sport blijkbaar niet meer leuk.’’
Fietsen interesseren je ook als je er niet op zit.
,,Ik ben niet echt fietsenmaker, doe geen reparaties of zo. Maar bij Stouwdam Sport maak ik bijvoorbeeld wel de fietsen uit de verkoop klaar. Ik ben er veel mee bezig.’’
En je keuze voor Specialized?
,,Ik ben ergens anders begonnen, waar ze geen Specialized hadden. Wel bij Stouwdam toen ik daar kwam werken. Het was me snel duidelijk. Specialized ligt gewoon, twee, drie jaar voor op de racefietsenmarkt, en eigenlijk ook bij de MTB’s. De fiets waar ik nu op rijd, is de Venge. Een aerodynamische fiets die twee jaar geleden is ontwikkeld. Vanaf het jaar daarna heeft zo ongeveer elk merk een aerodynamische fiets gemaakt omdat ze niet kunnen achterblijven. Specialized komt daar dus als eerste mee.’’
Heel innovatief dus.
,,Daar zijn ze heel erg mee bezig. Een trendsetter. En ze doen nog heel veel om net iets meer uit de reclame-uitingen te halen. Er rijden een stuk of vier ploegen op die fiets, en ze kunnen gewoon ook een naam als Sagan eraan koppelen. De gevolgen zie je in de winkel. Mensen komen niet meer gewoon voor een fiets, maar ze komen voor een Specialized.’’
Waarin onderscheidt Specialized zich technisch?
,,Ligt er een beetje aan wat voor fiets je gebruikt. Specialized heeft drie fietsen in de toplijn voor verschillende doeleinden. Een sprintfiets waarbij het puur gaat om aerodynamica en stijfheid. Die gaat eigenlijk alleen maar rechtdoor. Dan heb je de Tarmac, da’s een allroundfiets die veel wordt gebruikt om te klimmen. En er is een gewone recreatieve fiets. Comfortabele zit, iets meer vering. Dan is de vraag welk type fietser je bent, wat past bij je. Meestal zeg ik ‘probeer maar’. Over het algemeen komen mensen dan direct terug en zeggen dat dit is wat ze moeten hebben.’’
Maar voordat ie in de winkel staat...
,,Wordt er heel veel getest. Van alle profploegen die op die fietsen rijden krijgen ze heel veel feedback terug. Die jongens krijgen de eerste testmodellen en proberen van alles op zo’n fiets. Als ze die meenemen naar een trainingskamp, voelen ze in principe alles. Dan zit je gelijk op de goede plek en kan je ook echt iets nieuws maken.’’
Wat maakt dan het verschil met de rest?
,,Ik denk de stijfheidsverhouding. Je wilt graag een heel stijve fiets, maar ook weer niet te stijf omdat dan de krachten te hard overgebracht worden waardoor de fiets niet comfortabel is. Je moet het zo zien dat je je kracht niet verloren wilt laten gaan in het frame, maar je wilt er ook niet afstuiteren bij één klinkertje. De verhoudingen zijn gewoon heel goed. Ik rijd nu op de Venge en voorheen op de Tarmac. Vraag me niet hoe het kan, maar ik rijd nu gemiddeld anderhalve kilometer harder met dezelfde wattages. Op de een of andere manier gebeurt er iets in die fiets dat mij nog harder laat fietsen. Is ook het gevoel. Alsof je vooruit wordt geduwd in plaats van op een fiets zit. Moeilijk uit te leggen. Dat moet je eigenlijk gewoon een keer ervaren.’’
We hebben het trouwens over schaatsers die fietsen, maar dat gebeurt ook andersom.
,,Ken ik best veel voorbeelden van. Neem Daniel Oss. Die heeft gewoon ooit nog de Viking Race gewonnen, zeg maar het officieuze EK voor jeugdschaatsers. En laatst zag ik een filmpje voorbijkomen van Sep Vanmarcke die op skates rondreed. Hij tagte Sven Kramer met de vraag ‘Goh, doe ik ’t goed?’. In rustige periodes pakken dat soort jongens oude liefdes op, en dat blijkt regelmatig toch schaatsen te zijn. Kai Reus is ook een mooi voorbeeld. Die deed het nog een keer geweldig in de Alternatieve Elfstedentocht op de Weissensee. Schaatsen kan ook zeker productief zijn voor fietsers. Die hebben vooral in het voorjaar power nodig. Moeten hard over de kasseien, hard een klimmetje op. Ik denk dat heel veel jongens vanuit het fietsen te weinig power hebben. Schaatsen is een soort krachttraining waarmee je dat wel stimuleert. Nadeel is alleen dat het technisch best moeilijk is en veel moet investeren om het goed onder de knie te krijgen.’’

Artikel geplaatst op: 20 december 2017 - 11:22

Gerelateerd

Delen