Broers Evert en Bart Hoolwerf over de marathon, toertochten én elkaar
Groot geworden op de Weissensee

Dat ze eerder konden lopen dan schaatsen, klopt niet helemaal. Maar Evert (22) en Bart (19) Hoolwerf waren er wel héél vroeg bij. Als kleine jochies raceten ze over de Weissensee. Handige vlooitjes, die tussen de treintjes van veteranen doorschoten. Klein zijn ze niet meer, jochies nog wel een beetje. En de Weissensee, die heeft voor altijd een plaatsje in hun hart.


Zien ze jullie dit jaar nog op de Weissensee?
Evert: ,,Dat is wel de bedoeling, ja. Al weet ik het nog niet helemaal zeker. Hangt altijd een beetje van de planning af, en misschien komt er in de aanloop naar de Spelen nog een trainingskamp.’’
Bart: ,,Zeker weten. Wij gaan daar met onze hele ploeg Okay Fashion & Jeans naartoe.’’
Weten jullie sowieso nog iets van de eerste keer?
Bart: ,,Volgens mij was het 2002. Ik denk dat ik nog vier jaar moest worden, Evert was zes.’’
Evert: ,,Het was de eerste keer dat opa en oma mee gingen. Op de Weissensee kwamen we erachter dat ze ziek was. We waren heel jong, ik heb er niet zo veel van meegekregen. Wel dat ze kanker had en zes weken later overleden was. Dat is zo’n beetje het enige dat me bijgebleven is. Ja, en dat Bart zijn kop kaal ging dat jaar, haha.’’
Bart: ,,Weet ik nog wel. Ik moest voor mijn vader even de tondeuse naar beneden brengen, en was nieuwsgierig hoe dat ding werkte. Ik zet hem aan en trek zo dat ding over mijn kop heen.’’
Evert: ,,Onze moeder woest. Bart had zo’n hele baan over zijn kop. Onze vader was makkelijk, die zei gewoon dat de rest er dan ook maar af moest. Liep Bart daar over de Weissensee met een kale kop.’’
Toertochtjes rijden?
Evert: ,,Zeker. De eerste reed ik twee jaar later, samen met onze neef Willem. Ik was zeven, hij was acht.’’
Bart: ,,Ik weet nog wel dat ik ze reed met m’n vader en met Neeke Smit, die was toen de ploegleidster van onze marathonploeg.’’
Evert: ,,Mijn eerste was vijftig kilometer, en ik was goed naar de kloten. Het laatste rondje werden we overeind gehouden door het idee dat we na de finish een halve kip zouden krijgen. Het staat allemaal nog ergens op video omdat SBS daar een reportage maakte, werden wij ook gefilmd.’’
Toerrijders waren niet altijd blij met jullie.
Evert: ,,Haha, nee, klopt. Ik reed een keer een tocht met Willem. Stonden we heel vroeg aan de start om met de eersten weg te gaan. Met z’n tweeën reden we honderd kilometer heel hard. Dat zooitje fanatieke toerschaatsers allemaal achter ons aan, rijden, rijden, rijden. Na die honderd kilometer stapten we af. Klaar. Moesten er flink wat toerrijders een ronde later ook stoppen omdat ze helemaal verrot waren. Veel te hard gereden. Was leuk. Ik denk dat ze toen echt wel een hekel hadden aan die kleine mannetjes van Hoolwerf. En misschien nog wel, haha.’’
Waar komt die liefde voor de marathon vandaan?
Evert: ,,Tja, we lopen er natuurlijk al zo lang omheen. Onze vader had vroeger een damesploegje, waren we er enorm mee bezig. Uiteindelijk ga je dan zelf marathons rijden en via de C-rijders en de Beloften rij ik dan nu tussen de mannen waar ik vroeger zo tegenop keek. Dat maakt het wel een mooi verhaal natuurlijk.’’
Bart: ,,Dat ploegje was Hoolwerf Heiwerken. Begonnen met Carla Zielman en nog een dame, en dat werden er uiteindelijk steeds meer. We trainden niet mee of zo, dat ging toen bij de dames heel anders dan nu. Samen trainen met mannen deden ze nog niet.’’
Evert: ,,Maar zo zijn we dus altijd heel dicht bij de marathon geweest.’’
Is de Weissensee jullie favoriete plek?
Bart: ,,Voor mij wel, al ben ik nog niet op heel veel plekken geweest. Een keertje in Collalbo, mocht ik een junioren World Cup rijden. Maar als ik daar kom, heb ik altijd het gevoel van een tweede thuis. Ik ken alles, weet elk plekje te vinden en kon mezelf daar altijd prima redden.’’
Evert: ,,De Weissensee is geweldig. Het is natuurlijk ook een beetje het verhaal er omheen, dat er allemaal Nederlanders komen en dat het groot is gemaakt door de organisatie.’’
Mooie herinneringen?
Bart: ,,Dat ik gewoon Open Oostenrijks kampioen ben, haha.’’
Evert: ,,Ik won de Talent Trophy en mocht daardoor als C-rijder meedoen aan het ONK, en startte vervolgens in de ploegenachtervolging. Reed ik als ventje van vijftien in de BAM-ploeg met Arjan Stroetinga en Willem Hut. Mooie ervaring. Boven m’n bed hangt nog steeds een grote foto van die wedstrijd.’’
Bart: ,,Ik weet daar nog wel wat van, maar niet heel veel. Was wel een mooie stunt.’’
Van huis uit zijn jullie gewend hard te werken en te knokken voor wat je wilt.
Bart: ,,Dat is wel de les geweest, ja. Onze vader en moeder zijn nuchtere mensen. Als je wat wilt, moet je ervoor werken. Dat hebben we van jongs af meegekregen.’’
Evert: ,,Natuurlijk hebben we geluk dat we talent hebben, maar verder hebben we alles aan het bedrijf te danken, aan onze vader en moeder, aan onze oom. Als er iets was, werd dat altijd opgelost. Dan moet je ook wat terugdoen. En dus was ik op de zaterdag en in de vakanties aan het werk. Ik denk dat we daarmee een goede mentaliteit hebben gekweekt.’’
Dragen jullie nog steeds je steentje bij aan Hoolwerf Heiwerken?
Evert: ,,Ik doe momenteel vrij weinig meer binnen het bedrijf, dat willen ze van de ploeg liever niet. Maar ik heb de machinistenopleiding gevolgd, deed monteurswerk en weet op de werkvloer hoe alles loopt.’’
Bart: ,,Ik heb ook die machinistenopleiding gedaan, werk nu nog twintig tot dertig uur per week. Doe ik van alles, ook het onderhoud van de machines als dat nodig is. Uiteindelijk is het toch de bedoeling dat we het bedrijf overnemen.’’
Evert: ,,Het groeit hard en iedereen is er steeds meer mee bezig. Zo doet Willem veel kantoorwerk en is in die rol heel belangrijk. Soms heb ik wel eens twijfels of een overname gaat lukken. Laat onze vader en oom maar lekker zo lang mogelijk blijven.’’
Hoe mooi is het samen in één peloton te rijden?
Bart: ,,Ik vind ’t wel mooi. Leer ook nog een hoop dingen van Evert en neem die ook van ‘m aan. Ik heb toch jarenlang tegen hem opgekeken. Rijdt in het eerste jaar bij de A’s en wint meteen een wedstrijd. Dat doen er niet veel hoor. Dan heb ik wel zoiets van ‘Da’s mijn broer’. Ben ik trots.’’
Evert: ,,Het is natuurlijk een mooi verhaal, maar in de wedstrijden rijden we gewoon allebei voor een andere ploeg. Dan is hij voor mij net als ieder ander. Een tegenstander. Nou ja, niet helemaal. Ik laat hem er wel eerder tussen. En pasgeleden reed iemand nog heel opzichtig tegen ‘m aan, zei ik daar toch wel even iets van. ‘Nog één keer en ik pak je’. Blijft toch mijn kleine broertje hè.’’
Bart: ,,Vorig seizoen reed ik nog bij de Beloften. Won ik in Tilburg en won Evert even later in de Topdivisie. Dat vond ik ook wel heel vet.’’
Hoe zit het met de rivaliteit?
Evert: ,,Ik wil van niemand verliezen hè, maar als het op een sprint aankomt, rijd ik toch net even harder tegen hem dan tegen een ander. Het is mijn kleine broertje, maar dat moet ie ook wel blijven.’’
Bart: ,,We kunnen allebei hard sprinten, maar hebben dat nog niet tegen elkaar om de winst hoeven doen.’’

Goed, het ONK, sprint om de winst. Wie wint?
Bart: ,,Ik.’’
Evert: ,,Ik.’’
Bart: ,,Dit seizoen won ik de pelotonsprint in Hoorn net voor Evert.’’
Evert: ,,Kwam omdat ik uit de bocht vloog.’’
Bart: ,,Ik denk dat het heel close wordt als we tegen elkaar moeten sprinten, maar ik kijk ernaar uit.’’
Evert: ,,Zeker weten.’’
Bart: ,,Ik hoop echt dat het een paar keer gaat gebeuren. Ik heb wel een droom gehad. Was ik samen met Evert een ronde vooruit en moesten we samen knokken om de zege.’’
Evert: ,,Dat gaat gerust wel een keer gebeuren. We hebben nog tijd zat.’’
Kunnen jullie samen in één ploeg?
Bart: ,,Dan moet er wel een heel goede trainer bij denk ik.’’
Evert: ,,Ik denk dat het op zich wel kan, maar met goede afspraken. We kunnen elkaar aanvullen. Twee snelle mannen, de één aantrekken voor de ander. Het hoeft niet te botsen, maar het moet wel boteren.

Artikel geplaatst op: 08 februari 2018 - 00:00

Gerelateerd

Delen