Johan de Wit zet Japanse schaatssport weer op de kaart
Bouwen aan een nieuw ‘keizerrijk’

In Nederland was Johan de Wit de man van de kleine schaatsploegen. Coach van wie overbleef. In Japan heeft hij de schaatssport weer op de kaart gezet. Het ‘land van de rijzende zon’ is nu in de ban van wereldtoppers als Miho Takagi en Nao Kodaira, straks absoluut kanshebbers voor olympisch eremetaal. Een held? ,,Ach, dat weet ik niet. Ik denk wel dat ze blij zijn met me.’’

Johan de Wit: ,,Ik heb me heel vaak afgevraagd waar ik aan begonnen was. Maar dat weegt niet op tegen de resultaten die we boeken.''

door Eric Korver

Heerenveen, Stavanger, Calgary, Salt Lake; overal waar Johan de Wit met zijn Japanse schaatsers in actie kwam, was het beeld hetzelfde. De Japanse media zijn massaal uitgerukt om alles, maar dan ook álles, vast te leggen. ,,Het is echt bizar’’, verzucht Johan de Wit. ,,In mijn eerste jaar in Japan was er niks. Niemand. Nu hebben we drie persdagen gehad en zit er zestig, zeventig man. En inmiddels is het nog gekker. Cameraploegen gaan niet eens meer terug naar Japan, reizen overal met ons mee. In Calgary hing er bij de kruising eentje met een camera over de boarding, rende constant achter me aan. ‘Doe even normaal’, dacht ik.’’
Het is een wereld die ook nieuw is voor Johan de Wit (38). In Nederland verrichtte de schaatscoach zijn werk immers vooral in de luwte. Grote ploegen hadden weinig interesse in de Noord-Hollander, die vooral werkte met schaatsers die nergens meer terecht konden. ,,Elk jaar andere rijders, elk jaar een andere sponsor. Daar was ik eigenlijk wel klaar mee’’, vertelt De Wit, die het gevoel had in een spagaat te staan. ,,Of nog een keer een stap maken en het echt leuk doen, of er gewoon mee ophouden.’’
Het werd de eerste optie. Omdat de drie Japanners die De Wit in Nederland begeleidde lovend waren en progressie boekten. De Wit twijfelde nog, zijn ernstig zieke moeder niet. Zij gaf haar zoon het laatste zetje, moedigde hem aan de stap te wagen.

Puinhoop


Wat hij aantrof in Japan was niet bepaald hoopgevend. ,,Best een puinhoop’’, zegt de Alkmaarder onomwonden. ,,We moesten echt weer vanaf nul opbouwen. Trainingsfaciliteiten waren er niet. Mooie ijsbanen, ja, maar de toppers trainden met de juniortjes, draaiden rondjes met tweehonderd man op het ijs. Geen krachtruimte, en wat er was in een oud universiteitsgebouw was gewoon oud ijzer. Geen selectiecriteria, geen trainers, geen opleiding, geen enkele lijn. Een puinhoop dus.’’
Op het wereldtoneel speelden de Japanse schaatsers ook nauwelijks meer een rol. De tijden van ’keizer’ Hiroyasu Shimizu en Joji Kato waren al lang vergeten, en opvolgers dienden zich niet aan.
Samen met de schaatsbond, die ook genoeg had van het verval en de chaos, bracht De Wit met zijn assistent Robin Derksen een nieuwe structuur aan. ,,Waar we in Nederland zijn afgestapt van kernploegen, hebben we die daar weer in het leven geroepen. Betere schaatsers bij elkaar zetten, samen trainen. Vanuit die gedachte zijn we weer gaan opbouwen.’’ Dat deed hij niet alleen qua training, maar ook organisatorisch. ,,Ik had het voordeel dat de bond heel graag wilde dat ik coach werd. Daarom kreeg ik best veel vrijheid. Dat was anders dan bijvoorbeeld bij Erik Bouman in Zuid-Korea, die was aangesteld door een sponsor waar de bond dat eigenlijk niet wilde. Hij kreeg tegenwerking, ik alle medewerking.’’

Frustrerend


Hij kreeg op die manier veel voor elkaar, maar is de eerste om toe te geven dat niet álles lukte. ,,Heeft ook te maken met de Japanse cultuur, waarin heel veel mensen en overheden zich met alles bemoeien. Alles moet ook overal verantwoord worden en dat is enorm vertragend. Soms lukken dingen daarom niet. Best frustrerend, maar het was niet anders.’’
Het is aanlokkelijk het verhaal van Johan de Wit te romantiseren. Een nuchtere Hollander die in het verre Japan op nul begint en het land dan overlaadt met successen. Want de focus ligt nu vooral op al die medailles die met name vrouwen als Miho Takagi en Nao Kodaira bij elkaar schaatsen. Op de enorme progressie, de supertijden. Maar al dat moois heeft een keerzijde. Want de weg die hij aflegde was voor De Wit zeker niet makkelijk.
Zijn vrouw Paula – een voormalig marathonschaatsster – zag hij de eerste twee jaar nauwelijks. ,,Ze mocht drie keer op kosten van de bond naar Japan komen, nam wat verlof hier en daar, en ik kwam af en toe naar Nederland. Zo deden we dat. Ik ben veel alleen geweest, ja. In het eerste jaar overleed ook nog mijn moeder. Dan zit je daar. Alleen, ver weg. Je kunt niet even een weekend naar huis. Eigenlijk is een week al te kort. Dat is me wel zwaar gevallen. Aan het einde van de zomer, vlak voor we het ijs op gaan, ben ik ook echt wel klaar met die zomer. Dan heb ik zó lang mijn familie en vrienden gemist. Dat zijn zware weken.’’

Verdiepen


De taal en de cultuur zijn barrières waar in het verleden met name voetballers op stukliepen. Maar De Wit, die een huis betrok in Obihiro, nam ook de moeite zich daar in te verdiepen. ,,Ik heb best wel wat gereisd door Japan, heb dingen bezocht. Het is een prettig land om te wonen. De cultuur en de mensen zijn leuk, het klimaat is goed. En ik heb in Obihiro ook vrienden gemaakt. Dat gaat allemaal gewoon door. Maar uiteindelijk mis je wel je échte familie en vrienden.’’
Regelmatig drong zich de vraag op waar hij aan begonnen was. ,,Heel vaak eigenlijk’’, zegt hij met een lach. ,,Maar dat weegt toch niet op tegen wat we allemaal bereiken, tegen de warmte vanuit de bond en de ploeg. Ik heb dat nog nooit zo ervaren.’’
De Wit voelt nu ook de erkenning en de waardering die in Nederland zo vaak ontbrak. ,,Zeker, ik krijg veel waardering. Nu ook zelfs van rijders die in het verleden bij me hebben geschaatst. Dat is leuk.’’ Hij weet als geen ander dat het allemaal samenhangt met de prestaties. ,,En wat we presteren, is echt bizar. Te gek. Maar tegelijkertijd geeft dat ook aan dat Japan het helemaal niet zo ver had hoeven afglijden. Als ze alles goed hadden neergezet, was Johan de Wit hier overbodig geweest. Daar wordt nu in sneltreinvaart invulling aan gegeven.’’
De ogen zijn open gegaan, stelt De Wit. Daar is best een proces aan voorafgegaan waarin opnieuw de cultuur een remmende factor was. ,,Mensen in Japan vinden het heel moeilijk verantwoordelijkheid te nemen. Er is bijna niemand die durft te zeggen: ‘Zo gaan we het doen’. Ik heb daar verder maling aan. Ik heb toch geen idee wie er voor me staat, wie het allemaal zijn. Ik zeg dat ik het zo wil doen en anders moeten ze me maar wegsturen. Maar dat willen ze niet meer.’’

Grootmacht


Begrijpelijk, want Johan de Wit heeft de Japanners in iets meer dan twee jaar tijd weer tot een grootmacht in de schaatswereld gemaakt. Hij bouwde een nieuw ‘keizerrijk’, waarin vooral de vrouwen oppermachtig zijn en de zeges aaneen rijgen. Niet alleen individueel, maar ook op de teamonderdelen. ,,Daar hebben we het voordeel dat we heel veel samen kunnen trainen, dat ik altijd alle goede rijders bij elkaar heb. Dat scheelt gewoon.’’
Hij zag enorme progressie in de voorbije maanden en jaren. Bij iedereen, maar vooral bij de hoogvliegers Takagi en Kodaira. ,,Ik had wel verwacht dat Miho Takagi dit jaar beter zou zijn. Maar dit? Het is bizar. Ze rijdt zó hard. En op alle afstanden die ze rijdt.’’ En de pas 23-jarige Miho Takagi – de jongere zus van Nana Takagi – wordt nog veel beter, voorspelt De Wit. ,,Dit jaar traint ze pas voor het eerst fulltime omdat ze vorig jaar nog op school zat. En ik zie nog wisselvalligheden in haar races die echt nog beter kunnen. Dat weet ze zelf ook. Maar ze is in staat wereldrecords te rijden. Zo goed is ze.’’
Het enthousiasme neemt op weg naar de Spelen in PyeongChang alleen maar toe. ,,Iedereen vindt het te gek wat we doen’’, weet De Wit. Of hij een held is? De Alkmaarder heeft geen idee. ,,Wij krijgen er niets van mee, en ik al helemaal niet. Ik kan de kranten niet lezen.’’ Hij grinnikt even. ,,Maar ik heb wel begrepen dat het leeft.’’
Zijn contract loopt na dit seizoen af. Maar wat De Wit betreft hoeft dat niet het einde van het Japanse avontuur te betekenen. Zeker niet nadat een half jaar hun zoon Moos in Japan is geboren, en zijn vrouw en zoontje een verblijfsvergunning hebben gekregen voor vijf jaar. ,,Ik zou zeker langer willen blijven. Daar praten we ook over, en ik denk wel dat we eruit komen. Hangt natuurlijk ook af van het gezin, dat is heel belangrijk.’’

Artikel geplaatst op: 21 december 2017 - 12:01

Gerelateerd

Delen