Olympisch kampioen in last op weg naar het OKT Jorrit Bergsma weet wat hij kan

Uitgerekend in het jaar waarin Jorrit Bergsma zijn olympische titel op de tien kilometer moet verdedigen, belandde hij in de grootste vormcrisis van zijn loopbaan. Maar de Fries maakt zich vooralsnog geen zorgen. ,,Ik weet wat ik kan.’’

Jorrit Bergsma: ,,Samen met Jillert Anema zijn we door de jaren heen naar mooie prestaties gegroeid, en het werkt nog steeds.''


Het beeld was een beetje onwerkelijk. Na de vijf kilometer tijdens de wereldbeker in Calgary prijkte helemaal onderaan de naam van Jorrit Bergsma. Geen val, geen calamiteiten, wel een flinke verkoudheid in de aanloop naar die wedstrijd. Zoals er in het voorseizoen eigenlijk steeds wel iets was met de 31-jarige Fries. ,,Alleen het NK liep op zich wel lekker’’, erkent Bergsma, die daar zijn vierde nationale titel op de tien kilometer ophaalde. ,,Ik kwalificeerde me makkelijk, met races waarover ik wel tevreden was. Zeker gezien het feit dat we nog niet zo heel lang op het ijs stonden.’’
Daarna brak de periode aan die de volgers zorgen baart. In Thialf, Stavanger en Calgary haalde Bergsma nooit het niveau dat we inmiddels van hem gewend zijn. Salt Lake City liet hij uiteindelijk lopen. ,,Die World Cups liepen voor geen meter’’, geeft de Clafis-rijder onomwonden toe. ,,Het zat fysiek ook allemaal tegen, dat wel. Maar het is duidelijk dat ik daarover niet te spreken ben.’’

Ongerust


Hij begrijpt dat de buitenwacht daar ongerust van is geworden. Dat er wordt gegist naar het hoe en waarom van zijn tegenvallende prestaties. Maar zelf maakt Jorrit Bergsma zich niet druk. ,,Ik weet wat ik kan, weet dat ik veel beter ben dan dat. Ik moet er gewoon voor zorgen dat ik weer fit ben, dat ik de boel weer goed op de rit heb. Dan heb ik er alle vertrouwen in dat ik straks gewoon weer sta.’’
Al snel wordt er bij een tegenvallende Bergsma gewezen naar de marathons die hij ook nog rijdt. Een World Cup in Thialf en dan snel naar Utrecht voor nog eens vijftig kilometer, dat zien veel mensen als gekkenwerk. Maar wie Bergsma een beetje kent, weet juist dat hij die marathons nodig heeft. ,,Klopt. Daar word ik echt beter van. Zeker in het begin van het seizoen is het lekker dat duurwerk in je benen te hebben. Bovendien is de marathon ook een beetje ontspanning. Het is de wereld die ik ken, die heel relaxed is. Dat brengt veel minder stress dan de langebaan.’’

Tenerife


De route naar ‘de boel weer op de rit krijgen’, liep voor Bergsma via Tenerife. Daar, in het havenplaatsje Los Cristianos, is de olympisch kampioen kind aan huis. Al jaren bereiden de rijders van Jillert Anema zich daar voor op cruciale fases in het schaatsseizoen. ,,Jillert houdt niet van verandering’’, zegt Bergsma lachend. ,,Als het eenmaal goed is, dan blijft het zo. Ik vind het prima. We kennen daar de wegen, komen niet voor verrassingen te staan.’’
Op het Canarische eiland zit Bergsma vooral veel op de fiets. Het is werken aan het duurvermogen, aan de basisconditie. ,,Tijdens de World Cups zijn we te veel onderweg, heb je niet echt tijd of mogelijkheden voor een duurritje, of echt intensief werk te doen. Op Tenerife gaan we echt terug naar de basis. Uren maken. Daarmee geef je een lekkere nieuwe prikkel voor een nieuwe periode. Zon en warmte helpen daar ook bij. Altijd in een koude schaatshal helpt je niet om fit de winter door te komen. Op Tenerife kan ik weer even resetten, ik kom er altijd heel fris vandaan.’’

Beter schaatsen


Hard nodig, want op het OKT moet Jorrit Bergsma er staan als hij straks in Pyeongchang zijn olympische titel wil verdedigen. ,,Daar moet het echt gebeuren, ja.’’ Hij beseft heel goed wat er op het spel staat. ,,Ik moet absoluut beter schaatsen dan in de World Cups, want als ik zo rijd, plaats ik me niet eens. Op de vijf kilometer had ik drie Nederlanders voor me, op de tien kilometer twee. Dat zal niet genoeg zijn.’’ Maar Jorrit Bergsma houdt geen rekening met doemscenario’s. ,,Ik vertrouw erop dat ik mezelf er tussen rijdt.’’
Dat vertrouwen in zijn eigen capaciteiten gaat ook nog altijd gepaard met het vertrouwen in de capaciteiten van Jillert Anema. De eigenzinnige trainer uit Bontebok vormt al jaren een goed koppel met Bergsma, en daar verandert een mindere periode niets aan, vindt Bergsma. ,,Samen zijn we door de jaren heen naar mooie prestaties gegroeid, en het werkt nog steeds. Hij maakt me nog steeds beter, rijd elk jaar nog wel een persoonlijk record. Al is niet alleen tijd een maatstaf. Jillert is gewoon een heel fijne trainer. Het klikt tussen ons. En het gaat niet alleen om de langebaan, maar ook om de marathon, om natuurijs. Jillert is daar ook altijd op voorbereid.’’

Vriendschap


Zijn ploeggenoot Bob de Vries zei eens over zijn samenwerking met Anema: ‘Als je bij de beste zit, waarom moet je dan naar een ander?’ Zo staat Bergsma er ook in. Tussen rijder en coach is zelfs meer gegroeid. ,,Ik denk wel dat je kunt spreken van vriendschap. We kunnen alles met elkaar bespreken, weten van elkaar precies hoe we overal in staan. Soms doe ik ook wel eens een bakkie bij Jillert in Bontebok.’’ Met een knipoog: ,,Niet te vaak, want we zien elkaar natuurlijk al meer dan genoeg.’’
Haalt Bergsma de Spelen, dan is hij daar als titelverdediger. Als prooi, en niet meer als jager. Al ziet hij dat zelf niet zo. ,,Die Spelen zijn vier jaar terug. Je moet ook kijken naar het afgelopen WK. Sven Kramer is regerend wereldkampioen. Als we allebei goed zijn, denk ik dat we op gelijke hoogte staan, dus ik voel me nu zeker geen prooi.’’
Hij is er de man ook niet naar om zich de kop gek te laten maken. Niets als het minder goed, ook niet als het goed gaat. ,,Die olympische titel heeft voor mij niet veel veranderd. Ik sta nog altijd aan de start bij dezelfde wedstrijdjes als altijd. Nuchter, zoals we dat allemaal zijn thuis. Wij zijn geen druktemakers. Ik heb altijd geleerd mijn ding te doen en niet te zeuren. Dat doe ik nu ook.’’

Artikel geplaatst op: 26 december 2017 - 20:33

Gerelateerd

Delen