’Ik wist dat ik gezeik zou krijgen’

Bondscoach Geert Kuiper: ,,Om controle te houden in de mass-start moest je er eerst drie, vier in de gaten houden. Nu opeens alle veertien.''

INLEIDEND KADER:
Geert Kuiper
In PyeongChang is het eindelijk zover; dan maakt de mass-start z’n olympische debuut. Vanaf het begin is dat nieuwe onderdeel voor Nederland een potentiële gouden plak geweest. Bondscoach Geert Kuiper (57) is de man die de Oranjeploeg daarin en op de teampursuit onder zijn hoede heeft. Een mooie job, zou je denken, maar toch is Kuiper niet te benijden.
Heb jij de lastigste baan ter wereld?
,,Daar lijkt het de laatste tijd wel op, maar is niet zo hoor. Kun je binnen het schaatsen sowieso een lastige baan hebben? Tuurlijk, er staat op bepaalde momenten wel druk op en je hebt te maken met het Nederlandse gegeven dat je niet niet echt met één ploeg onderweg bent. Als bondscoach ben je ook afhankelijk van wat er binnen merkenteams wordt gedaan en welke lijnen die aanhouden. Dat moet je allemaal combineren met elkaar. Wist ik van tevoren, ik heb natuurlijk jaren bij een merkenteam gewerkt. Is ook het eerste dat ik gezegd heb: dat ik wel zeker wist dat ik op bepaalde tijden gezeik zou krijgen. Tja, dat hoort erbij. Om dat te managen, dat is één van mijn uitdagingen. Maakt het ook wel weer interessant om uiteindelijk tegen de stroom in toch resultaat te halen.’’
Bij de afstanden liggen selectieprocedures vast en is er zelden discussie. Op de teamonderdelen lijkt er altijd discussie.
,,Het is ook niet zo makkelijk te duiden. Ik kan niet zeggen dat wie een wedstrijd wint gaat. Pak tien keer een mass-start en je hebt misschien zeven verschillende winnaars. Ik moet altijd door een wedstrijd heen kijken wie de beste zijn. Voor de teampursuit kun je wel kijken naar individuele klasse, maar dat moet ook wel een geoliede machine zijn. En in principe krijg ik niet heel veel tijd om daar aan te werken. De teams zijn nogal reislustig, zitten niet vaak op één plek.’’
Hoe maak je straks de keuzes voor mass-start en teampursuit?
,,Dat is toch een kwestie van alles wat er is geweest op een hoop gooien en daar doorheen kijken. Bedenken hoe je wedstrijden wilt winnen en welke pionnetjes je daarvoor op het oog hebt. Dat is wel eens lastig. De eerste rijder van de mass-start komt normaal gesproken wel in de matrix en had dat ook zelf kunnen verdienen door resultaten. De tweede is lastiger. Wat ik de beste combi vind, kan niet altijd omdat je met maximaal tien rijders per sekse naar de Spelen mag. Dan moet je kijken wie zich bij de deelnemers aandient. Rijders van de teampursuit moeten inderdaad ook zelf starten op een individuele afstand. Daarom is er ook het vangnetje van de aanwijsplekken. Als bescherming voor het geval er geen goede ploeg voor de teampursuit kan worden geformeerd. Want we hebben het als wereldkampioen wel over een goede kans op een medaille, en wellicht goud. Maar het mooiste zou natuurlijk zijn als iedereen zich op eigen kracht plaatst.’’
Worden er op de mass-start andere kwaliteiten gevraagd?
,,Uiteraard. De teampursuit is een ploegentijdrit, en da’s iets anders dan een koers. Daarin hoef je niet de sterkste zijn om te winnen. Dat kan ook degene zijn die op het goede moment de goede beslissing neemt. Ik zeg wel altijd: met sterke benen hebt meer tactische opties. Maar dat hoeft niet. Je ziet soms ook mensen wegrijden die niets bijzonders doen, maar waar anderen denken ‘ik ga hem niet terughalen’. Dat is inherent aan koers. Is interessant, maar maakt het ook meteen heel lastig om te winnen. Je kunt met twee man niet vanaf ronde één controle hebben. Dat lukt geen enkel land.’’
De mass-start leek gemaakt voor Nederland, maar andere landen hebben ‘m ook ontdekt.
,,We hadden een voorsprong door marathonschaatsers die de koers konden lezen en hard konden maken en op het goede moment de juiste dingen deden. Vooral toen we nog met drie reden. Er kwam al een kentering toen dat twee man werd, want dat maakte het ook voor marathonschaatsers lastig. Verder zijn er steeds meer goede schaatsers op gedoken. Om controle te houden moest je er eerst drie, vier in de gaten houden. Nu opeens alle veertien. De kwaliteit in de breedte is ook veel groter geworden, dat maakt het voor iedereen moeilijker om te winnen.’’
Hoe zie je de mass-start tijdens de Spelen?
,,De belangen worden groter, dus de koers wordt sowieso nerveuzer. Verder gaan de outsiders een grote rol spelen. Die zullen proberen aan te vallen, omdat slechts enkelen op hun eindsprint kunnen vertrouwen. De favorieten zullen elkaar blijven aankijken. Want als je je bordje laat leegeten, ben je klaar. Het is te kort om weer te herstellen. Een keer gas wegdrukken kan, een tweede keer is heel lastig. Zelfs Jorrit Bergsma heeft daar moeite mee, en da’s één van de allerbesten in dit spelletje.
We kunnen ook niet echt een patroon vinden. Het winnende scenario van de ene week is dat vaak niet de week daarop. We onderzoeken dat wel. Hoe vaak is er winst door een ontsnapping, door een massasprint, of andere scenario’s? Bij de dames is dat redelijk voorspelbaar, bij de heren totaal niet.’’
Hoe zit dat bij de teampursuit?
,,Dat is niet alleen een kwestie van drie snelle rijders bij elkaar zetten. Daarmee doe je dit onderdeel te kort. Het is ook wel een kunde. Natuurlijk helpt het als je de drie beste schaatsers ter wereld bij elkaar zet. Maar er zijn meer aspecten. Kan iemand z’n slag iets aanpassen als dat nodig is? Duwen helpt, dat is bewezen. Maar wanneer? En hoe hard? Zijn we al heel lang mee bezig. Voor mij is het belangrijk wat rijders wel of niet individueel inbrengen. Wie gebruik je om te starten en hoeveel invloed heeft dat op de anderen. Kunnen die mee in een snelle start? Het is niet de bedoeling dat die er dertig meter achteraan komen, Dus moet je trainen op de timing. Een rustiger start, doortrekken als het kan. Dan verspeel je geen tijd. Op detailniveau is het echt wel een kunde, en er zit ook echt een plan achter.’’

Artikel geplaatst op: 27 december 2017 - 12:25

Gerelateerd

Delen