Sprinters Kai Verbij en Dai Dai Ntab over mentale druk in het OKT
’Eén misser en het is gebeurd’

Kai Verbij en Dai Dai Ntab zijn de sprintpareltjes van Nederland. Allebei jong, snel, en een enorme belofte voor de toekomst. Exponenten van een nieuwe generatie, op de drempel van wellicht een nieuwe ervaring in hun loopbaan: de Spelen. Maar Verbij (23) en Ntab (23), ploeggenoten bij Plantina, moeten eerst nog een andere horde nemen. Het OKT.


Net terug van de World Cup in Salt Lake. Hoe staan jullie ervoor?
Kai: ,,Niet verkeerd denk ik. Het ging wel goed, maar het kan altijd beter, zeg maar. Ik heb een vrij constante cyclus in de World Cup achter de rug. De ene race iets beter dan de andere, echt niet alleen maar goede races. Maar overall was het voldoende.’’
Dai Dai: ,,Voor mijn gevoel redelijk goed. Het NK heb ik goed gereden, in d World Cups ook. Dat moet ik nu proberen vast te houden richting het OKT. We hebben nog twee weken tot het OKT, en nu breekt er een periode aan waarin je niets meer kunt laten liggen. En dan is het gewoon game face.’’
Hoe verder tot aan het OKT?
Kai: ,,Ik denk dat vooral rust belangrijk is. Af en toe even aanzetten, even die prikkel opzoeken. Maar nu is het vooral een beetje taperen.’’
Dai Dai: ,,Ja, klopt. In die twee weken voor het OKT nog een paar keer speldenprikjes qua training, een paar keer iets hards en verder gewoon uitrusten en mentaal goed voorbereiden. Fysiek zijn we allemaal goed, het schaatsen bleek in Salt Lake ook goed bij iedereen. Nu begint het mentaal toeleven naar dat kwalificatietoernooi.’’
Veel ploegen zochten nog even de zon op.
Dai Dai: ,,Hebben wij zeker ook overwogen. Maar juist voor een voorbereiding op de 500 meter is ideaal wat we nu doen. Natuurlijk kwamen we met een jetlag terug uit Salt Lake. Maar ik wilde juist die wedstrijden op hoogte rijden, wilde het vertrouwen van een goede 500 meter meenemen. Daarom is gekozen voor deze route, waarvan wij denken dat het de juiste is.’’
Nog even jullie pr’s aangescherpt in Salt Lake.
Dai Dai: ,,Daarom is het lekker nog even die competitie te hebben. Zeker op de 500. Ik wist na de eerste training in Salt Lake al dat dat de week werd waarin ik goed kon zijn. Ik schaatste goed, voelde me lekker, was uitgerust. Ik wilde drie persoonlijke records halen, en dat is gelukt. Da’s lekker.’’
Kai: ,,Mijn 500 meter in Salt Lake was heel goed. Ik had ook graag iets harder gewild op de 1000 meter, maar die liep net even iets minder.’’
Wat weet je nog van het vorige OKT?
Kai: ,,Werd ik dertiende op de 500 en zevende op de 1000 meter (35,56 en 35,58 om 1.09,52, red.). Was een totaal andere beleving dan nu. Als junior wilde ik echt wel graag naar de Spelen, ik ging er ook vol voor. Maar het was niet realistisch. Ik kwam niet eens in de buurt van het vereiste niveau. Ja, misschien een beetje op de 1000. Nu is dat anders. Nu ben ik een kanshebber voor plaatsing.’’
Dai Dai: ,,In het vorige OKT werd ik zeventiende op de 500 meter (36,11 om 36,53, red.). Maar de hele ervaring is een beetje vaag. Het was pas mijn tweede grote nationale wedstrijd na eerst het NK, dat weet ik nog wel.’’
Neem je nog iets aan ervaring daarvan mee?
Dai Dai: ,,Weinig. Zoals anderen dat toen hebben ervaren, zag ik het helemaal niet. Het OKT is voor mij nu nieuw in de manier waarop ik rondrijd, welke positie ik heb. Ik probeer het gewoon te zien als alle andere wedstrijden, ga een goede race rijden en hoop me te plaatsen. Daarom vind ik ook dat wedstrijdritme belangrijk, zo kan ik terughalen wat voor wedstrijd ik wil rijden. Tuurlijk kun je iets heel bijzonders gaan doen, maar ik denk dat het vooral zaak is juist de dingen te doen die je de afgelopen weken goed hebt gedaan.’’
Kai: ,,Toen was het nog niet reëel om naar de Spelen te gaan, en dat is anders dan nu. Het is een heel spannend toernooi, eigenlijk niet zo superleuk voor de rijders. Zeker mentaal is dit niet de leukste periode. Ik probeer ook zo min mogelijk aan dat OKT te denken. Vooral bij de sprinters is het niveau hoog en de top breed. Het is gewoon lastiger je te plaatsen dan op bijvoorbeeld een vijf of tien kilometer. Als je één foutje maakt, lig je buiten. Dan kun je nog zo’n goed voorseizoen hebben gedraaid, maar dan is het gewoon klaar. Een eng idee. Die mentale druk is heel zwaar.’’
Dai Dai: ,,Je moet echt de rust in je kop vinden. En ik denk dat je bereid moet zijn fouten te maken. Wil je natuurlijk niet, maar vanuit een geforceerd idee van ‘ik mag geen fouten maken’ ga je nooit harder rijden. Ik denk dat het ook topsport is om niet bang te zijn fouten te maken.’’
Kai, jij doet nu mee als regerend Europees- en wereldkampioen sprint.
Kai: ,,Ja, maar da’s toch anders. Die toernooien gingen over vier afstanden. Ik ben een goede rijder op de 500 en 1000 meter, maar zeker niet onverslaanbaar. Er zijn vast wel een paar rijders die mij kunnen kloppen als ik een mindere dag heb. Kijk, als ik een toprace rijd, dan ga ik me vast wel plaatsen. Alleen, probeer dat maar eens te doen op zo’n moment. Dat is het lastigste. Ik heb nu twee keer meegedaan aan het WK sprint, steeds geplaatst tijdens het NK, maar dat is ook steeds spannend. Het wordt misschien wel met het jaar moeilijker.’’
Jullie zitten bij de sprintploeg van Plantina misschien wel in de beste omgeving, met zoveel goede sprinters om je heen.
Dai Dai: ,,Die overtuiging heb ik ook. Zo mooi dat je zoveel sterke jongens bij elkaar hebben. Ik denk dat dat ons echt máákt. En we hebben zoveel binnen Plantina. De 500-metertak, iemand die de 1500 kan winnen, jong en oud. Dat geeft een mooie dynamiek aan het team. De kwaliteit is ook heel hoog in de trainingen.’’
Kai: ,,Aan de ene kant is dit wel de beste omgeving, omdat je heel veel aan elkaar hebt. Aan de andere kant: je moet ze ook wel allemaal verslaan, en dat is ook niet altijd prettig. Maar het team is goed en mee door het team ontwikkelen we ons allemaal. Ik denk wet dat dat de reden is dat we zo goed presteren.’’
Dai Dai: ,,Je wordt zo vaak geprikkeld. Er is geen dag dat je er niet kunt staan. Elke training moet je goed zijn wil je meekomen en jezelf nog een beetje onderscheiden ook. Er is ook wel rivaliteit onderling, natuurlijk. We willen immers allemaal winnen. Maar we zijn er ook wel van bewust dat we elkaar nodig hebben. Da’s een gezonde situatie.’’
Kai: ,,Maar het is niet zo dat we elkaar elke dag tot de limit pushen. Je wilt elkaar niet kapot maken. ‘s Zomers, in de trainingen met Thomas en Pim, die zijn zo sterk dat ik wel echt de grens moet opzoeken. Dai Dai en Ronald en Michel Mulder zijn heel snelle jongens, maar die hebben me nog niet gedwongen tot iets dat echt onmogelijk is voor mij. Ze hebben zeker wel dingen die mij triggeren.’’
Alles draait nu om de Spelen, iets dat jullie alleen kennen van televisie.
Dai Dai: ,,De Spelen zijn helemaal nieuw voor mij, hebben echt nog iets magisch. Dat had ik ook toen ik voor het eerst het WK ging rijden, of mijn eerste contract tekende. Allemaal dingen die ik graag wilde bereiken in mijn loopbaan. Maar nee, ik kan niet echt inschatten hoe de Spelen zijn. Ik hoop erachter te komen, me te plaatsen en het zelf te ervaren.
Vroeger zat ik wel altijd voor de televisie, vanaf het moment dat ik ging schaatsen. Was ik een jaar of tien, denk ik. Wat me is bijgebleven? De tien van Sven Kramer in Vancouver, die beruchte race van de wissel. De 500 van Michel in Sochi, de gouden 1500 van Mark Tuitert in Vancouver. De 1500 van Sochi heb ik niet gezien. Zat ik zelf in de auto op weg naar een wedstrijd en luisterden we op de radio.’’
Jullie zijn de jonge garde sprinters, gaan straks misschien samen naar de Spelen, maar delen ook een verleden.
Kai: ,,De eerste keer dat ik Dai Dai ontmoette was al in de C2. Toen nam ik hem nog niet echt superserieus, dat is pas gekomen in de junioren A2, toen Dai Dai een beetje opkwam. In het eerste jaar bij Beslist, toen reed hij pas écht hard. Hebben we het nog wel eens over, dat Dai Dai echt een andere jongen was. Ging niet vol voor het schaatsen, geen topsporter, was gewoon iets losser. Maar vanaf het moment dat hij is gaan leven als een topsporter, is hij echt progressie gaan maken. Vind ik wel iets bijzonders.’’
Dai Dai: ,,We zijn wel een beetje bondgenoten. Zijn van dezelfde categorie, kwamen elkaar vaak tegen als junioren, en ik denk dat dat een band schept. Ik hoop in ieder geval dat we nog heel lang met elkaar optrekken, schaatsen en werken.’’
Kai: ,,En de jonge generatie, tja, zo jong zijn we ook niet meer. Op topniveau inderdaad wel de jongste, maar Dai Dai en ik draaien nu ook al vier jaar mee in het seniorencircuit. We zijn niet meer ‘die jonkies’.’’
Dai Dai: ,,Misschien nog wel ten opzichte van de broers Mulder. Die hebben af en toe ook nog iets van rivaliteit tegen de jonge jongens. Maar wat Kai zegt klopt, we zijn niet oud, maar ook niet meer de jongste. We ontwikkelen onszelf.’’
Dat mogen jullie laten zien op het OKT.
Dai Dai: ,,Daar heb ik straks ook wel zin in, ook al is het een heel spannende week.’’
Kai: ,,Het is dat het moet, maar als het niet hoefde, deed ik niet graag niet mee. Natuurlijk, het is een gevolg van het hoge niveau in Nederland. Maar ik denk dat niemand het fijn vindt zoals het nu gaat. Er zit zoveel risico aan. En schaatsers die eigenlijk niet goed zijn begonnen aan het seizoen krijgen een tweede kans, terwijl de rijders die wel goed zijn begonnen dat nog een keer moeten bewijzen. Dat is het eigenlijk een beetje.’’

Artikel geplaatst op: 24 december 2017 - 09:15

Gerelateerd

Delen