‘Ik heb die zilveren medaille van Sochi een plek gegeven, ben er nu trots op’
Jan Smeekens hoeft geen revanche

Hij was de hoofdrolspeler in één van de meest dramatische momenten uit de olympische geschiedenis. Twee minuten lang werd Jan Smeekens in Sochi in de waan gelaten dat hij goud had gewonnen, om dat uiteindelijk om de nek te zien bungelen van Michel Mulder.

Jan Smeekens: ,,Het is weer cool om de 500 meter te rijden, en dat is niet altijd zo geweest.''


Praat met Jan Smeekens in de aanloop naar de Spelen in PyeongChang en het is eigenlijk onmogelijk het er niet over te hebben. Smeekens (31) beseft dat zelf ook. ,,Dat hele verhaal is onderdeel van mijn leven geworden.’’ Niet zo vreemd, vindt hij zelf. ,,Ik heb een hele lange periode alles in het teken gesteld om een bepaald doel te bereiken. Dan denk je daarin geslaagd te zijn, en dan blijkt het niet zo.’’
Even terug naar Sochi, naar de olympische 500 meter, waarin Jan Smeekens in de laatste rit naar het goud leek te rijden. De sprinter uit Raalte was euforisch, maar kwam bedrogen uit nadat alle tijden waren gecorrigeerd. Michel Mulder bleek twaalfduizendste sneller.
,,Tijden liegen niet, zeggen ze. Maar toen even wel’’, zegt Smeekens. Hij kan er, vervolgt hij, goed over praten nu. Dat is wel eens anders geweest. ,,Zo’n twee minuten heb ik gedacht olympisch kampioen te zijn. Dat laat z’n sporen na. Het is de nachtmerrie voor elke sporter en ik ben daar zeker nog wel eens wakker van geworden. Dat heeft twee jaar geduurd. Twee jaar in een rollercoaster met ups en downs. Maar daarna heb ik het kunnen afsluiten. Nu ben ik trots op de manier waarop ik ermee ben omgegaan. En ja, ik ben ook blij met die zilveren medaille.’’

Rechtzetten


Hij is er mentaal sterker van geworden, denkt Smeekens. ,,Absoluut. Ik ben er ook niet meer mee bezig, laat het rusten. En ik heb niet het gevoel dat ik nu in PyeongChang iets moet rechtzetten. Onzin. Als je in dat soort revanchegevoelens gaat leven, kun je beter niet meedoen, want dan ga je nooit winnen. Destijds was ik tweede en daar ben ik gelukkig mee. Nu begint iedereen weer op nul en moet ik zorgen dat ik bovenaan kom.’’
In ieder geval mag hij als eerste Nederlander het olympisch stadion binnenlopen, met de Nederlandse vlag. Smeekens werd verkozen tot vlaggendrager en dat streelt hem. ,,Ik vind het een enorme eer en het geeft me een gevoel van waardering voor wie ik ben en wat ik doe’’, zegt hij.
Bovendien komt hij straks in actie als regerend wereldkampioen, op hetzelfde ijs als waar hij vorig jaar die titel veroverde. ,,Ik heb vorig jaar laten zien dat ik het kan op het juiste moment. Maar garanties geven die titel natuurlijk niet. Ik sta nu te boek als één van de kanshebbers, meer niet. Zo zie ik het zelf in ieder geval.’’
Hij ziet ook dat het veld van de topsprinters internationaal dit seizoen wéér dichter naar elkaar toe zijn gekropen. De Canadezen zijn sterk met Alex Boisvert-Lacrix, de Noren doen het prima met Håvard Holmefjord Lorentzen, de leider in de World Cup. Zelfs de oude Fin Mika Poutala mengt zich weer in de strijd.

Koningsnummers


,,Het is een populaire afstand geworden’’, ziet Smeekens. ,,En het wordt straks één van de koningsnummers. Het is weer cool om de 500 meter te rijden, en dat is niet altijd zo geweest. Dan zie je ook dat internationaal steeds meer rijders zich daarop gaan toeleggen en dan gaat het niveau omhoog. Mooi, want dat geeft meer gewicht aan je prestatie. Die wereldtitel van vorig jaar gaf me enorm veel voldoening omdat ik wist hoe hoog het niveau was.’’
En wie zich momenteel als Nederlander weet te kwalificeren, is automatisch een kandidaat voor olympisch eremetaal. Zo realistisch is Smeekens wel. ,,Want ook in Nederland is het niveau heel hoog, zeker na het doorbreken van een nieuwe generatie sprinters met Kai Verbij en Dai Dai Ntab. Zet daar nog Michel Mulder, Hein Otterspeer en Ronald Mulder bij en je hebt zes jongens die het podium kunnen halen.’’ Hij grinnikt. ,,Kijk alleen maar naar die matrix van het OKT. Acht jaar geleden stond de winnaar van het OKT daarop als dertiende, nu stonden we alle drie bij de eerste twaalf. Dat tekent het verschil.’’

Artikel geplaatst op: 18 februari 2017 - 00:00

Gerelateerd

Delen