Douwe de Vries is in herfst loopbaan beter dan hij ooit was
Genieten in blessuretijd

Zijn ploegmakkers noemen hem liefkozend ‘Pake’. Da’s Fries voor opa. Douwe de Vries kan er wel om lachen, ziet het een beetje als een geuzennaam. Zeker sinds hij zijn loopbaan nog wat extra leven inblies met verbluffende prestaties tijdens het kwalificatietoernooi voor de wereldbeker. De Vries legde verrassend beslag op drie tickets. ,,Als Pake zo doorkachelt vind ik het niet erg als ze me zo noemen.’’

Douwe de Vries: ,,Ik heb zelf in mijn hoofd dit seizoen nog door te gaan en dan te stoppen. Maar als ik me echt nog zo verbeter, dan weet ik niet of ik stop.'' (Foto TimsImaging)

door Eric Korver

Het is nog altijd een beetje feest in het huis dat Douwe de Vries en zijn vrouw Yanna enkele jaren geleden in Heerenveen betrokken. Natúúrlijk, de 36-jarige schaatser zelf voelt zich nog altijd wat feestelijk na dat fantastische weekend in Thialf, maar de vreugde geldt toch vooral hun zoontje Melle, die een paar weken voordien ter wereld kwam. Mooi, vindt Douwe de Vries het allemaal. ,,De geboorte van Melle heeft me zeker wat extra geluksgevoel gegeven. Naast de thuisbasis die ik normaal met Yanna heb, kwam daar nu nog een persoontje bij. Momentel van stress kun je ook iets makkelijker relativeren. Voorheen was schaatser je hele wereld, nu is daar een stuk vanaf gegaan. Eigenlijk is mijn gezin nu mijn wereld en past het schaatsen daar mooi bij. Je mentale insteek wordt ook anders. In heel veel gevallen werkt het positief.’’
Maar het aanstaande vertrek naar de wereldbekerwedstrijden in het Japanse Obihiro en Tomakomai wordt er niet bepaald makkelijker van. De Vries lacht. ,,Ik denk het niet, nee. Aan de andere kant, er zijn ook mensen met kinderen die niet gezond zijn, die iets hebben. Onze jongen is gelukkig gezond en ik heb een vrouw die goed voor hem zorgt. Betekent dat ik met een gerust hart van huis kan. Maar het begrip ’missen’ zal anders zijn dan andere jaren.’’

Rekenen


Douwe de Vries is volkomen zichzelf als hij zijn verhaal doet. Ook in de hectische wereld van de langebaan is hij nog steeds als de jonge schaatser die ooit zijn heil zocht op de marathon. Open, vlotte babbel, en slim. ,,De marathon, da’s toch alweer wat jaartjes geleden’’, verzucht De Vries, die prompt aan het rekenen slaat. ,,Dit moet mijn achtste jaar als langebaanschaatser zijn’’, concludeert hij. Da’s veel meer dan hij ooit had gedacht te halen. ,,Man, alles wat ik nu heb bereikt, komt niet eens in de búúrt van wat ik had verwacht. Ik had die langebaan afgezworen. Ik ging de marathons rijden omdat ik maar bleef hangen op de langebaan. Altijd veertiende, vijftiende en niet het gevoel dat er nog winst te behalen was. Ik stapte over naar de marathon met het idee dat ik die langebaan echt nooit meer zou doen. Ik was er zó klaar mee.’’
De Vries vertikte het zelfs trainingswedstrijdjes te rijden. Maar om zich heen zag hij ineens iedereen harder rijden, zelfs de marathonschaatsers die uitstapjes maakten naar de langebaan. ,,Ik zag ineens tijden waarvan ik dacht dat ik die nooit ging halen. Maar onze trainer Pascal Vergeer zei dat ik moest kiezen. Als ik echt wat wilde, moest ik prof worden.’’ De Vries volgde het advies op en zegde zijn baan als biotechnoloog op. ,,In hetzelfde seizoen zei Vergeer dat ik een vijf kilometer moest rijden. ‘Ik snap dat je geen zin hebt, maar iedereen doet het en jij ook’, stelde hij. Met frisse tegenzin reed ik die trainingswedstrijd, maar ik reed zóveel harder dan ik ooit had gedacht, dat ik mezelf zo de selectie voor de wereldbeker in reed. Dat was echt totaal nieuw voor me. Uiteindelijk heeft dat ook geleid tot mijn overstap naar een langebaanploeg. Ja, ik heb het daar nog wel eens over met Pascal Vergeer. We spreken elkaar nog geregeld.’’

Waanzinnig


Nu is Douwe de Vries 36 jaar. Eén van de routiniers op het ijs. ,,Volgens mij ben ik zelfs de oudste op de langebaan.’’ Maar die status weerhoudt hem er dus niet van topprestaties te leveren. De Vries verbaasde in Thialf niet alleen de volgers, maar ook zichzelf. ,,Het was een waanzinnig kwalificatietoernooi. Daar stond ik zelf ook van te kijken. Zeker als je bedenkt dat ik 36 jaar ben en één van mijn beste weekends ooit rijd, misschien zelf wel het beste ooit. Da’s gek. Normaal roepen mensen na je 32e iets als dat het ‘wel leuk geweest’ is. Heb je soms zelf ook. Dan plak je er nog een jaartje aan vast, dat worden er twee, drie, een Olympische cyclus. En dan rijd je ineens nog zó hard.’’
Natuurlijk was De Vries gelukkig met zijn startbewijzen voor de wereldbeker, waardoor hij de hele eerste helft van het seizoen internationaal de strijd kan aangaan. Maar de bevestiging deed hem nog veel meer. ,,Vond ik geweldig. Soms word je vijfde, vierde, nog een keer vijfde. Maar nu zat ik een paar afstanden echt voorin. Derde op de 1500, tweede op de tien kilometer. Gewoon met persoonlijke records in Thialf. Dat vind ik het mooiste, had ik ook echt niet verwacht. Op de vijf kilometer was ik vierde, maar daat zat nog wel wat ruimte in. Dat geeft ook weer nieuwe motivatie. Ik ben nu benieuwd wat die vijf gaat brengen als ik er een keer echt vol in klap.’’

Rotseizoen


Maar die bevestiging maakte vooral een einde aan de twijfels die hij overhield aan het vorige seizoen. Dat was, verzucht De Vries, niet bepaald zijn fijnste jaar als schaatser. ,,Een rotseizoen’’, zegt hij onomwonden. ,,Het jaar daarvoor was nog super. Ik reed het WK, reed de wereldbekers. Niks mis mee. Maar afgelopen winter was het helemaal niks. Achteraf weet ik precies waar het aan lag. Ik werd gewoon ziek op de verkeerde momenten. Twee keer in de aanloop naar de belangrijkste wedstrijden, plaatsing voor de wereldbekers en het Olympisch kwalificatietoernooi. Vooral de eerste keer duurde wat langer, bleef ik een beetje in hangen, kwakkelen. Dan rij je opeens niet met je ploegmaten, start je in wedstrijden die niet de meest motiverende zijn op niet al te best ijs. Daar word je al met al niet beter van. Iedereen zegt wel dat je die wereldbekers moet rijden, maar dat is ook echt zo.’’
Op relatief oudere leeftijd is zo’n seizoen niet leuk, vervolgt hij. ,,Je moet eigenlijk alles eruit halen omdat je niet weet of je die kans nog krijgt. Dan lukt dat een heel seizoen niet. Dat doet zeer, maar da’s ook sport.’’ De Vries nam de nasleep van die winter mee naar zijn doelstelling voor dit seizoen. ,,Want ik wilde echt niet met zo’n kloteseizoen stoppen. Maar dan wordt de vraag wel of ik het er dit jaar nog een keer eruit kan halen.’’ De voortekenen waren goed. ,,Niet ziek, fysiek heel goed, geen blessures. Je weet dan dat één plus één automatisch twee kan zijn op zo’n kwalificatie. Maar het blijft sport. Het kan ook zoals Bart Veldkamp zei, dat één plus één gewoon nul is. Dat was best spannend. Het pakt goed uit. Fysiek ben ik nog steeds in orde, dus het vorig seizoen lag echt aan dat kwakkelen.’’

Cijfers


Sterker, de Douwe de Vries die we in Thialf zagen, is misschien wel de beste Douwe de Vries ooit. Stilte. Veelbetekenende lach. ,,Tja, als je een persoonlijk record rijdt, ben je beter dan ooit’’, zegt hij dan. ,,Cijfers liegen niet. Dat is langebaanschaatsen. Als ik kijk naar de andere tijden, was dat ook een heel goede rit van me. Ik hoop dat ik dit seizoen zo kan doorbouwen.’’ Het is, zegt hij, allemaal extra. De blessuretijd van een loopbaan. ,,Want het gaat snel. Ik geniet er nog altijd van, maar ben me er ook wel van bewust dat ik er ook nog van móet genieten. Straks is het klaar, over. Ik heb zelf in m’n hoofd dit seizoen nog door te gaan en dan te stoppen. Maar als ik me echt nog zó verbeter, dan weet ik niet of ik stop. Dat zien we wel.’’
De Vries geniet ook van alles wat hij om zich heen ziet. De Jumbo-ploeg van Jac Orie barst van de goede schaatsers en dat is geen toeval. ,,Dat is wat Orie wil. Zo maken we elkaar beter. Overal probeer je je aan iemand op te trekken, elkaar uit te dagen. Dat maakt ieders niveau hoger. Chriz Huizinga en Patrick Roest hadden in het begin moeite met fietsen, maar werden steeds beter. Nu hebben we af en toe echt iets van ‘jongens, doe even normaal’. Komen we weer met gemiddeldes thuis die helemaal nèrgens over gaan.’’

Dubbel


Diezelfde Patrick Roest ziet hij nu als een komeet omhoog schieten. ,,Ook daar kan ik van genieten, maar het is ook dubbel. Aan de ene kant denk je ‘scheisse, wat rijdt die jongen hard’. Ga ik die tijden ooit halen? Aan de andere kant is het mooi. Die gozer maakte zo’n ongelooflijke sprong qua tijden: 33 seconden sneller op de vijf kilometer! Dat maakt me soms wel eens een beetje jaloers. Ik weet precies wat hij traint, en in zo’n beetje alles wat we trainen ben ik beter. Alleen hij kan gewoon veel beter schaatsen blijkt nu.’’
Nog altijd heeft de Vries lol in alles wat hij doet. ,,Zelfs de trainingskampen in de zomer. Dit is echt de allerleukste ploeg waar ik ooit bij heb gezeten. Dat maakt het allemaal ook makkelijker. Maar samen met Sven Kramer merk ik wel dat er een redelijke generatiekloof is met die jongens. We hebben een aantal rijders richting de dertig of daar overheen, en dan wat jonge gasten. Dan lopen de interesses soms wat uiteen. Praten die gasten over muziek of games, terwijl wij aan elkaar vragen welke Pampers je koopt voor je kind.’’

Artikel geplaatst op: 03 december 2018 - 08:18

Gerelateerd

Delen