Overstap naar team Orie brengt eerste wereldbekerzege ooit
Thomas Krol stapt uit de schaduw

Als nieuwbakken pupil van Jac Orie boekte Thomas Krol meteen het grootste succes in zijn schaatsloopbaan. Hij won in een kolkend Thialf goud op de mijl tijdens de World Cup en beleefde zo zijn finest hour, juist na een winter die diepe sporen had achtergelaten. De overstap naar Jumbo/Visma kwam op het perfecte moment. ,,Voor iSkate zou ik absoluut nooit meer een meter hebben gereden.’’

Thomas Krol: ,,Je gaat je afvragen of het mogelijk is ooit eens te winnen. Nu heb ik dat aangetoond.'' (Foto's TimsImaging)

door Eric Korver

In het kenmerkende zwart en geel van zijn nieuwe werkgever schuift Thomas Krol aan. Het is alweer een paar dagen na zijn opmerkelijke overwinning, maar de man uit Deventer straalt nog steeds als het gaat over die verbluffende 1.43,78 waarmee hij in Thialf iedereen de baas was. Niet gek, want hij heeft lang genoeg moeten wachten op dat moment. ,,Het was overweldigend’’, bekent Krol. ,,Ik heb nog nooit iets gewonnen op een afstand in een wedstrijd die écht telde. Ja, keertje bij een NK sprint, waar je niet eens een medaille voor krijgt. Ik rijd al jaren met de besten mee, werd derde op de WK Afstanden, pakte podiumplekken in World Cups, maar de beste was ik nooit. Altijd was er wel iemand sneller.’’
Dat leidde soms wel eens tot twijfel. ,,Ja. Dat je je gaat afvragen of je ooit wel eens gaat winnen.’’ Brede grijns op z’n gezicht. ,,Maar nu heb ik aangetoond dat het echt mogelijk is. Dat ik van iedereen kan winnen, want iedereen wás er. En dat nog met zo’n tijd. Dat geeft heel veel vertrouwen voor de wedstrijden die komen.’’

Vertrouwen


En dat vertrouwen was wel eens wat minder. Sterker, dat uitblijven van een echte zege knaagde behoorlijk aan Krol. ,,Ja. Maar last had ik er op zich niet van. Een derde plek in de wereldbeker maakte me hartstikke trots. Ik ben ook vaak genoeg vierde geweest. Er was zelfs een seizoen waarin ik vier keer vijfde werd en elke keer baalde ik dat ik niet op het podium stond. Als ik dat dan een keer deed, was ik supertrots. Maar natuurlijk, ik rij om te winnen, niet om derde te worden. Nu is dat gelukt. En toch, ik zag mijn tijd, vond dat geweldig, maar kon me eigenlijk niet voorstellen dat er niemand sneller zou zijn. Omdat dat nog nooit gebeurd was.’’
Toch geloofde Krol diep van binnen dat hij goed genoeg was om te winnen. ,,Eigenlijk wist ik dat wel zeker. Ik deed het alleen nooit. Maar als ik er niet in geloofde, zou ik honderd procent zeker stoppen. Ik rij om te winnen. Dat lijkt misschien soms anders. Ik sta wel bekend als aardig, niet als de grootste killer. Maar van binnen is die wil er echt. Voor mij was dit ook vooral een bevestiging van wat ik altijd al wist. Ik heb het niveau en de tijden om te winnen, alleen was er vaak iemand net even beter. Vorig jaar reed ik in Thialf al 1.08,0 op de 1000 meter, een jaar eerder nog voldoende voor een baanrecord. Rijdt net Kjeld Nuis nog even 1.07,9. Zo werd ik tot dan steeds weer in de schaduw gezet. Maar nu ben ik uit die schaduw gestapt.’’

Rondebord


En dat op een moment dat Krol het zelf helemaal niet zag aankomen. Ja, pas tijdens zijn race. ,,Op het moment dat ik bezig was, voelde ik al dat het verrekte goed ging. En weet je, ik maak nooit gebruik van een rondebord. Maar op 700 meter was mijn rondetijd dusdanig snel dat Jac tegen zijn assistent schreeuwde ‘Laat nú zien’. Zie ik daar ineens 25,2 staan. Ik dacht ’wow’. Dan voel je dat je met iets heel speciaal bezig ben. Het was zo’n dag waarop alles op z’n plek viel.’’
Die dag had hij graag een jaar eerder gehad. Het vreet nog steeds aan Krol dat hij vorig jaar niet zijn opwachting maakte op de Spelen. ,,Dat is iets waar ik nog steeds lichtelijk van baal’’, bekent hij. Dat heeft alles te maken met de gang van zaken in het kwalificatietoernooi, waarin Krol eindigde als de schlemiel van de matrix, waar hij met recht aanspraak kon maken op een startbewijs. ,,Dat heeft wel een kras bij me achtergelaten. Ik zou liegen als ik zou zeggen dat het niet zo was. Het heeft veel met me gedaan. Natuurlijk had ik gewoon harder moeten rijden, dat kan ik mezelf verwijten. Ik heb gedaan wat ik kon, maakte weinig echte fouten en was op dat moment dus misschien ergens niet goed genoeg. Maar ik kreeg vervolgens wel een mes in mijn rug, werd gepiepeld.’’

Enorme kater


Ondanks zijn derde plek op de 1000 meter ging het ticket naar de geblesseerde Kai Verbij, en kreeg Hein Otterspeer tot overmaat van ramp de reserverol. ,,De dag na het OKT werd ik wakker met een enorme kater. Ik dacht echt ‘Jongens, bekijk het maar, zoek het uit met je hele KNSB en dat gezeik, ik ga voor Zwitserland schaatsen. Dat was een logische gedachte. Ik ben emotioneel, heb een mooi ander paspoort en hoef maar met mijn vingers te knippen en ik schaats voor een ander land. Ik wist dat ik op dat moment het niveau had om een medaille te halen op de Spelen, en ik mocht gewoon niet meedoen. Dat was moeilijk te verkroppen.’’
Er waren meer factoren die het Krol lastig maakten. ,,Ik voelde me gepiepeld ten opzichte van mijn ploeggenoot Kai Verbij, die ook nog eens mijn beste vriend is. Dat maakt het niet makkelijker daartegen in beroep te gaan.’’ Maar boos is hij vooral om de houding van de leiding van iSkate, de overkoepelde organisatie achter team Plantina. ,,Zij hebben me gewoon buitenspel gezet. Ik kreeg geen enkele steun. Ze vonden het allang best dat Verbij naar de Spelen mocht. Als ik iets wilde, moest ik het zelf oplossen, kreeg ik te horen. Dat neem ik ze heel erg kwalijk. Ik heb zelfs op mijn knieën moeten smeken om er een bericht uit te gooien dat we het niet eens waren met de reserveplek voor Otterspeer. Zij konden zich toch wel uitspreken voor mij? Dat hebben ze dus nooit gedaan. Gerard van Velde steunde me wel, maar de leiding van iSkate nooit. Waardeloos.’’

Op de fles


En nu zit hij hier, in dat zwart en geel. Als onderdeel van de momenteel grootste succesformatie in het Nederlandse schaatsland: Jumbo/Visma. Die stap, zegt hij, stond los van het gedoe met iSkate. ,,Ik had voor mezelf al wel besloten dat ik absoluut nooit meer voor iSkate had willen rijden. Maar dat maakte al niet meer uit, want ze zijn op de fles en de ploeg van Plantina was er al uitgestapt. Ik had het bij het team super naar mijn zin. Leuke mensen, goede ploeggenoten, prima sfeer. Alleen was ik de enige 1500 meter rijder van niveau en werd ik ook in een zware training niet uitgedaagd. Dat vond ik klote. Ik wilde daarom na de Spelen overwegen wat ik zou gaan doen. Nog een keer heel iets anders, of bij de vertrouwde ploeg blijven.’’
Diep van binnen wist Krol dat hij iets anders wilde. ,,Had ik dit niet gedaan, dan zou ik na mijn loopbaan misschien terugkijken en denken ’wat als’. En ik wil mezelf juist recht in de spiegel kunnen aankijken en zeggen ‘dit is het, ik heb alles gedaan wat ik kon en ik heb dit wel bereikt en dat misschien niet’. Maar ik wil niet denken ‘wat als’. Dat wilde ik voor zijn.’’

Feitjes en weetjes


Nu werkt hij met Jac Orie. Twee cijferaars die goed met elkaar matchen. Krol rondde het vwo af en is een man van de bètavakken. ,,Ik ben best leergierig, vind het superleuk feitjes en weetjes te horen. Kan ook uren met Orie praten en alleen maar luisteren naar wat hij te zeggen heeft. Ik vind het zo mooi dat hij de trainingsprogramma’s ook echt individueel maakt, gebaseerd op jouw kwaliteiten. De fietstesten worden uitgedraaid en alles wordt geanalyseerd. Ik heb best een grote motor en een hoog VO2 (maximaal zuurstofopnamevermogen, red.) en daardoor wordt er bij mij soms iets meer fietsen ingestopt dan bij de allrounders. Alleen maar om die motor te onderhouden.’’
In de eerste de beste fietsrit werd Krol nog even gedold door de ‘haantjes’ in zijn nieuwe team. ,,Bij Plantina was ik de beste fietser, reed ik elke duurrit twee uur op kop. Nu werd ik echt helemaal uit elkaar gedraaid. Ik reed naast Kjeld Nuis, en die zat rustig met twee handjes op het stuur alsof er niets aan de hand was. Ik ging kapot, snapte er niets van. En achter me die mannen maar lachen. Achteraf allemaal toneelspel van Nuis. Die zat misschien nog wel meer stuk dan ik. De hele middag heb ik op de bank gelegen, zwart voor m’n ogen. Vonden ze leuk hè, de mannen. Even die nieuwe op scherp zetten.’’

Spijkerhard


Maar er wordt ook serieus gewerkt natuurlijk. ,,Ze trainen spijkerhard op een absurd hoog niveau. Da’s de perfecte uitdaging die ik nodig had voor die langere afstanden.’’ Dat juist nu die zege er komt in de wereldbeker, lijkt dan ook geen toeval. Krol grinnikt. ,,Gek genoeg gingen tot dan juist de 1000 meters beter. Ook daar had ik het over met Orie. Ik kon dat het hele seizoen al, zei hij, alleen kwam het er nu in extreme mate uit. Hij had 1.43 ook niet verwacht, maar 1.44 wel. Dat zat er altijd al in, maar ik deed het nooit. Nu wel. En man, wat is zo’n 1500 meter dan genieten.’’

‘Voor iSkate had ik
nooit meer één
meter gereden’

 

Artikel geplaatst op: 12 januari 2019 - 08:37

Gerelateerd

Delen