‘In Colombia is inlineskaten net zo groot als schaatsen bij ons’
De Colombiaanse lessen van Cris Huizinga

Colombia. Dat is het land van Pablo Escobar, van de kartels en de cocaïne. Het land van de bloedige strijd tegen drugs, de rebellen van FARC en corruptie. ‘Plata o plomo’, was de gevleugelde uitspraak van drugsbaron Escobar. Geld of lood. Maar Colombia heeft ook nog een andere kant: die van passie, gastvrijheid én inlineskaten. Vraag maar aan Chris Huizinga. Hij legde in Colombia de basis voor zijn wereldtitel van 2015.

Chris Huizinga: ,,Colombianen zijn uniek in de manier waarop ze hun sport bedrijven. Zó ontzettend fanatiek.''

door Eric Korver

Drie jaar later is het de zomer van een ander wereldkampioenschap: dat in Nederland. Een unieke kans voor Chris Huizinga. Maar er is in die tijd veel veranderd in het leven van de 20-jarige Groninger. Huizinga is nu vooral schaatser, in dienst van de Jumbo-ploeg. Daarvoor liet hij ook de ouderlijke boerderij in het kleine Feerwerd achter zich en vestigde hij zich in Heerenveen. ,,Je wilt natuurlijk elke dag meetrainen, en elke dag heen en weer rijden breekt me dan op. Dat kost tijd en energie. Daarom die verhuizing.’’
Ambities op wieltjes zijn wat naar de achtergrond gedrongen. Maar het kriebelt, het borrelt en bruist diep van binnen, bekent Huizinga. Hij heeft zich lekker genesteld op het terras van Tjaarda, het bij schaatsers zo bekende hotel in Oranjewoud. ,,Dat WK, natúúrlijk wil ik dat rijden. Heel graag zelfs. Maar de vraag is of het past binnen het programma van de schaatsploeg’’, stelt Huizinga. ,,Moet ik een trainingskamp missen, of zegt Jac Orie ‘nee’, dan is het voor mij simpel. Dan gaat het niet gebeuren.’’

Twee grote doelen


Een paar jaar geleden stond Chris Huizinga er heel anders in. Twee grote doelen had hij: wereldkampioen worden op de schaats en als inliner. Daarvoor moest alles wijken. En Huizinga wist dondersgoed wat hem te doen stond als hij zich op wieltjes tot de beste junior van de wereld wilde kronen. Dan moest hij in de leer bij de besten, naar het land waar inlinen na voetbal de grootste sport is. Colombia.
Twee keer bracht de jonge Groninger drie maanden door in het land waar de sport op wieltjes bij religie is. ,,Ik vond inlinen altijd al geweldig, maar het werd nog leuker toen ik naar Colombia ging. Ik kreeg het wereldje echt door, kreeg door hoe groot de sport is. En ik zag wat we allemaal is Nederland. Daar is mijn liefde voor de sport echt nog groter geworden. Ik wil nu ook heel graag terug naar Colombia. Naar de mensen, de cultuur, de groep waarmee ik werkte. Naar mijn vrienden.’’

Onderneming


Hij reisde in december 2014 voor het eerst af naar Zud-Amerika, in principe voor een verblijf van drie maanden. Dat is natuurlijk best een onderneming voor een jongen van zeventien jaar. Colombia heeft toch niet de beste reputatie van dat continent. Na alle drugsoorlogen, waren er tal van gewelddadige bendes en waren geweld en ontvoeringen aan de orde van de dag. ,,Mijn ouders waren ook niet zo enthousiast’’, zegt Huizinga met een lach. ,,Ik had het voordeel dat Sander de Graaff mee ging, van Maple. Hij spreekt de taal een beetje. Mijn coach ging de eerste week ook mee om te kijken of het wat was. Anders zou hij mij mee terug nemen. Dat gaf mijn ouders een beetje zekerheid.’’
Verder vond hij het kijkje in de keuken van de absolute top ‘een groot avontuur’. ,,Colombia is zo speciaal. Waarom? De manier waarop ze hun sport bedrijven. Zó ontzettend fanatiek. Allemaal, van een jaar of zeven acht tot de volwassenen. Het is daar absolute topsport. Dat vind ik het mooiste. Die beleving, dat fanatisme, dag in dag uit.’’

Bogotá


Huizinga nam zijn intrek in een bovenwoning in de hoofdstad Bogotá. Het pandje is eigendom van zijn sponsor Maple. ,,Boven kon je wonen, onder was een winkeltje. Sander de Graaf was mee om dat op te zetten en de verkoop te doen.’’ Hij leefde daar samen met Jorge ‘Jota’ Bolaños, een toprijder uit Ecuador die ook werd ondersteund door Maple. ,,Een vriend van me.’’ Hij trainde er op de toonaangevende Club Bogotá samen met Balanõs op de schema’s van de Ecuadoriaanse hoofdcoach. ,,Wat Jota deed, deed ik ook. Die schema’s kwamen rechtstreeks bij de bondscoach vandaan, dus ik wist dat het goed was.’’
Het bleef niet bij trainen alleen. Chris Huizinga mengde zich ook in de wedstrijden, waarvan er altijd meer dan voldoende waren. Heel apart, zegt hij. ,,In Nederland zijn er hooguit veertig of vijftig rijders. Daar was de groep zo groot dat er eerst kwalificaties moesten worden gereden.’’ Hij werd meteen hard met zijn neus op de feiten gedrukt. ,,De eerste wedstrijd overleefde ik die kwalificatie niet eens. Ik dacht ‘holy shit, wat is dit?’ Als ik me niet eens kon kwalificeren voor de finale, dan moest er nog heel wat gebeuren wilde ik wereldkampioen worden. Natuurlijk, ik reed wel tegen senioren, maar toch. Dit was lang niet best.’’
Maar misschien was dat meteen wel de beste leerschool. In Nederland genoot hij het respect van de topper, in Colombia werd hij door niemand ontzien. ,,Daar was ik gewoon die buitenlander, de minder goede inliner. En zij wilden me natuurlijk wel even laten zien wat inlinen werkelijk inhoudt.’’

Snelle leerling


Huizinga toonde zich een snelle leerling. Hij pikte de lessen op, werd vlot beter en genoot ondertussen van alles wat hij meemaakte. ,,Die wedstrijden, da’s echt een heksenketel. Grote tribunes om de baan, die afgeladen vol zitten met mensen die heel intens meeleven. Zo vet. Niet voor niets is Colombia hét inlineland van de wereld. Daar is de sport ongeveer net zo groot als schaatsen bij ons. Voetbal komt voor de Colombianen op de eerste plaats, inline op de tweede. Bij buitenlandse wedstrijden zijn ze ook altijd met veel rijders, veel coaches en hele televisieploegen. Er is ook geld mee te verdienen. Kinderen stoppen niet voor niets met school als ze eenmaal in de nationale selecties zitten.’’ Hij zwijgt even. ,,Dat kunnen we in Nederland misschien alleen bereiken als de sport olympisch wordt.’’
Chris Huizinga zat uiteindelijk een half jaar in Colombia. De eerste maanden van 2016 en vervolgens nog eens vanaf augustus tot aan het WK in november. Daar, in Taiwan, slaagde hij in zijn missie en kroonde hij zichzelf tot wereldkampioen puntenkoers bij de junioren. ,,Zonder die periode in Colombia, zonder de lessen die ik daar heb geleerd, had ik dat niet gered denk ik. Vooral in die wintertijd is het heel belangrijk geweest. In die periode kun je hier niet skeeleren. En misschien drie uurtjes fietsen, maar dan moet je drie dagen herstellen omdat het zo koud is. In de warmte stap je de volgende dag wéér op de fiets. Dat heeft allemaal wel het verschil gemaakt.’’

Respect


Hij keerde nog één keer terug naar Colombia, om wat spullen op te halen. Het weerzien met zijn voormalige trainingsmaatjes was hartelijk. ,,Ze waren heel enthousiast. Ik had in Taiwan de twee beste junioren van Colombia verslagen en daar verdiende ik meteen respect mee. We hebben met z’n allen een mooi feestje gebouwd.’’ Dat was heel anders dan bij zijn terugkeer in Nederland. ‘Totaal ontnuchterend’, noemt hij dat. ,,Zit je opeens weer op je kamer bij je ouders thuis, de volgende dag weer naar school waar een paar mensen je nog feliciteren. Voelde heel apart. Alsof ik een prachtig avontuur had beleefd, maar ineens weer terug was in de werkelijkheid, waarin alles weer normaal moest zijn.’’
Hij wil ook dolgraag terug naar Colombia, het land dat in die paar maanden zijn hart heeft gestolen. ,,De mensen, de cultuur. Heerlijk. De taal spreekt me ook erg aan. Nee, ik spreek het slecht, maar als ik klaar ben met school wil ik misschien nog wel Spaans leren.’’

Veranderen


Nu het WK naar Nederland komt, is Chris Huizinga bij uitstek de man die de Nederlandse kansen kan inschatten. En de uitkomst is niet heel positief. ,,Wij zitten in Nederland heel ver van het niveau in Colombia. Op de marathon kunnen alleen Crispijn Ariëns en Gary Hekman misschien iets doen, maar voor de rest zie ik dat niet gebeuren. Dan moet er in ons land eerst iets veranderen, anders komen we echt niet op dat niveau.’’
Of hij er zelf bij is, is maar de vraag. Maar Chris Huizinga bindt deze zomer zeker zijn skates onder. ,,Inlinen is zó mooi en het spelletje is zó leuk. Maar inlinen voelt voor mij ook als vrijheid. Cowboys op de weg. Straks ook. Pak ik mijn skeelers, muziek in en gáán. Lekker een uurtje de weg op. Relaxen en het hoofd leeg.’’

Artikel geplaatst op: 07 juni 2018 - 08:44

Gerelateerd

Delen